De man die de duivel een loer draaide

 

In de journalistiek is de allround-man de beste specialist. Zo leert ons een oude spreuk in ons beroep. Toon Horsten is er een sterk voorbeeld van. De 49-jarige Kempenaar is een germanist, bedrijvig als literair kroniekschrijver met bijzondere belangstelling voor non-fictie, een expert inzake beeldverhalen, groot liefhebber van biografieën. Op zijn naam staat een model van een journalistiek boek, tevens een originele sociale geschiedenis: het succesrijke Landlopers. Nu legt hij ons het resultaat voor van een lange tocht in de voetsporen van een Vlaamse pater die het archief van een der grote Europese filosofen, en diens joodse vrouw en medewerkers heeft gered uit de handen van de nazi’s.

Het werd een levendig portret van een pallieteriaanse franciscaan, Herman Leo Van Breda, in een boek dat, zoals de flaptekst zegt, zich gaandeweg ontpopt tot een schaduwgeschiedenis van de Europese filosofie in de twintigste eeuw. Onlangs is dat boek in Leuven voorgesteld in het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, maar je moet het niet noodzakelijk verder gebracht hebben dan een rustbank in het nabije park om het geboeid te kunnen lezen en bewonderen.

Toon Horsten (49) kwam op dit gulden spoor terecht toen hij in een familiealbum een foto zag waarop zijn grootmoeder schalks opkeek naar een lachende pater die hij niet kende. Het bleek haar lievelingsneef te zijn, een hartelijke man over wie de ouderen met vriendschap en ontzag konden vertellen. Oma haalde zijn doodsbrief uit de souvenirkast en daar las Toon een indrukwekkende lijst van titels en onderscheidingen op, van professor in Leuven tot eredoctor in Freiburg, geëerd met een Israëlische medaille voor zijn hulp aan ondergedoken joden en een andere medaille van ‘burgerlijke weerstander’, plus nog wat Nederlandse en Duitse onderscheidingen. Het was voor de achterneef het startsein voor een speurtocht van drie jaar in binnen- en buitenland.

Pater en filosoof

Leo van Breda (Herman was zijn kloosternaam) werd geboren in Lier, op 28 februari 1911. Hij was 23 toen hij priester werd gewijd en 25 toen hij wijsbegeerte ging studeren. Hij legde zich toe op de fenomenologie van de joodse Duitser Edmund Husserl (1859-1938), de mentor van Martin Heidegger.

Fenomenologie, de studie van de fenomenen, moest volgens Husserl leiden tot ‘het zuivere bewustzijn’ en tot ‘een universele en absolute wetenschap’. De geleerde wilde niets minder dan de filosofie redden en daardoor de wereld. Begin daar maar aan, je mag dan nog een ridder zonder vaar noch vrees zijn zoals Van Breda!

Spoedig ontdekte hij dat de publicaties van de filosoof maar het spreekwoordelijke puntje van de ijsberg vormden. In Freiburg im Breisgau, waar Husserl doceerde, lag nog een schat aan onuitgegeven teksten te wachten. Helaas was de geleerde al gestorven toen Van Breda in Freiburg arriveerde. Stel je zijn verbazing voor als hij zag dat de nalatenschap bestond uit meer dan 40.000 pagina’s handschrift… in Gabelsberger steno, een negentiende-eeuwse vorm van Duits kortschrift dat alleen nog door grondig Duits kennende en zeldzaam wordende stenografen kon worden gelezen! Tegenwoordig zijn nog maar enkelen daartoe in staat. (Uw verslaggever, Vlaamse stenograaf van afkomst, kan een beetje meevoelen. Egyptisch schrift ontcijferen is amper moeilijker dan een oude steno lezen en betrouwbaar vertalen.)

De 27-jarige student stond voor een reusachtig probleem. Het was duidelijk dat de manuscripten niet in handen mochten vallen van de oprukkende nazi’s voor wie alles wat joods was moest verdwijnen. Van Breda kon de weduwe van Husserl en zijn medewerkers overtuigen, dat ze best naar Leuven konden komen. Hoe hij dat slim en voortvarend regelde, is een mooi thema voor een thriller. Dank zij een hardnekkig vertrouwen, durf en volharding, talent om mensen te overtuigen, slaagde hij in die zelfgekozen opdracht. Niet alleen kon hij enkele grote koffers met manuscripten naar Berlijn overbrengen, zonder dat hij van spionage of hulp aan joden werd verdacht. Met de zegen van de toenmalige Belgische eerste minister, de socialist Paul-Henri Spaak, kon hij ze ook vanuit de Duitse hoofdstad met de ‘diplomatieke valies’ naar Brussel zenden. De weduwe Husserl kon hij laten onderduiken in een Vlaams klooster, en ook voor de assistenten vond hij een oplossing. Hij betaalde ze zelf, met geld dat hij godweetwaar bijeen haalde.

Ook na de oorlog heeft hij zijn netwerk moeten gebruiken om grote vissen te vangen. Niet zonder trots herinnert deze oude redacteur van De Nieuwe Standaard zich, hoe de krant van Tony Herbert en Léon Bekaert in 1946-‘47 zogenaamd het publicatierecht van Husserl-teksten verwierf mits betaling van meer dan een half miljoen toenmalige Belgische franken. Er is nooit iets van in de krant gekomen, het was louter culturele liefdadigheid. Ja, echt waar, er werden toen door onze pers niet alleen wielerkoersen gesponsord!

De lach van de pater

In 1950 verscheen bij Martinus Nijhoff in Den Haag het eerste deel van de Husserliana dat in het historische gebouw van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) in Leuven werd samengesteld. Met vaste regelmaat zou er nog een hele reeks volgen. Ook dat is niet zonder slag of stoot mogelijk geweest. De academische overheid zag wel het belang van de onderneming in, maar besefte dat het alziende oog van Rome argwanend toekeek hoe, in het befaamde centrum van het thomisme, werd omgegaan met nieuwe inzichten en niet-katholieke wetenschappers. Om tactische redenen werd er daarom een constructie bedacht die het Husserl Archief een vast onderdak gaf in het Instituut, zonder dat het daar eigenlijk deel van zou uitmaken.

Vreemd klinkt het ook voor een hedendaagse lezer, hoe Van Breda jarenlang heeft moeten wachten eer hij benoemd werd tot gewoon hoogleraar (aan de faculteit der wetenschappen). De reden? Tot aan de opstand van de jaren ‘66-‘68 benoemde men aan de Katholieke Universiteit alleen bisdommelijke priesters, geen paters. Op de koop toe verzetten de Franstaligen zich tegen de aanstelling van een notoire flamingant… die zelf geen voorstander was van de splitsing van de universiteit omdat hij vreesde dat het Husserl-centrum dan in gevaar zou komen. In die dagen hebben we hem een beetje zien leuren met een brochure die pleitte voor de unitaire universiteit. Ten slotte kon hij zijn Waalse collega’s overtuigen dat zij in Louvain-la-Neuve niet minder goed gediend zouden zijn met fotokopies.

Ondertussen was Van Breda in de wereld van de filosofen een internationale figuur geworden, niet zozeer door zijn eigen wetenschappelijk werk als wel door zijn optreden als academisch manager. Hij verloor daarbij nooit het contact met zijn land en streek van herkomst. In zijn goede tijd zag je hem geregeld in bevriende Vlaamse parochies als voorganger in de mis en als bevlogen predikant. In Lier, de heimat van zijn familie, hoorden wij zijn luide lach weerklinken op feestelijke bijeenkomsten. Wij mochten hem er verwelkomen als erelid van het jonge Felix Timmermans Genootschap en hij beloofde prompt een artikel over ‘de Fé en Franciscus’. Dat is er helaas niet meer van gekomen. Vrienden wisten dat de man met de koortsachtige dadendrang sinds jaren leed aan suikerziekte die hem op 63-jarige leeftijd naar het graf zou voeren. Toch is de lach van Herman Van Breda het eerste dat men zich van hem herinnert als ergens zijn naam valt.

Toon Horsten citeert een andere fenomenoloog, Emmanuel Levinas. In een boek over mensen die voor hem belangrijk zijn geweest, komen figuren voor als Paul Célan, Jacques Derrida, Martin Buber. En ook Van Breda: ‘Zijn goedheid en zijn universitaire fijnzinnigheid manifesteerden zich altijd in die lach, in de vrolijkheid van de tevreden boer die weet dat hij de duivel een stevige loer heeft gedraaid.’

Meer berichtjes van Gaston Durnez

De eeuw van Heldring

Recensie Gaston Durnez - 11/11/2018
Tussen 1960 en 2012 heeft J.L. Heldring in het NRC-Handelsblad viereneenhalf duizend afleveringen van zijn rubriek Dezer Dagen gepubliceerd. En daar buiten ook nog zo een en ander. Ik weet niet of het een record is, het is wel een flinke stapel papier ! Hij had nog enkele velletjes groter kunnen zijn,
[lees verder]

Een grote literaire vriendschap

Recensie Gaston Durnez - 30/10/2018
Een der grootste en warmste schrijversvriendschappen uit onze gewesten bloeide vorige eeuw drie decennia lang tussen Stijn Streuvels en de 26 jaar jongere Antoon Coolen. Toen de Noord-Brabander in 1929 zijn toenmalige succesboek Kinderen van ons Volk als geschenk aan de grijze West-Vlaming presenteerde, [lees verder]

Reimond Kimpe, Leeuw en Zeeuw

Recensie Gaston Durnez - 10/05/2018
In 2001 ontstond in Middelburg een ridicuul incident rond een schilderij dat de oorlogsbrand van het stadhuis voorstelde en door de Zeeuwse stad werd aangekocht. Het kunstwerk was indertijd vervaardigd door Reimond Kimpe, een Vlaamse activist uit de Eerste Wereldoorlog die ook in de Tweede Wereldoorlog [lees verder]

De man die de duivel een loer draaide

BlogGaston Durnez - 26/04/2018
In de journalistiek is de allround-man de beste specialist. Zo leert ons een oude spreuk in ons beroep. Toon Horsten is er een sterk voorbeeld van. De 49-jarige Kempenaar is een germanist, bedrijvig als literair kroniekschrijver met bijzondere belangstelling voor non-fictie, een expert inzake beeldverhalen, [lees verder]

Journalistieke klokspijs

Recensie Gaston Durnez - 31/03/2018
Er zou een mooi en dik boek te maken zijn over Vlaamse literatoren die ook journalisten zijn geweest. Om maar enkele namen te noemen die de oudsten onder ons nog hebben gekend : Maria Rosseels, Marnix Gijsen, Richard Minne, Reimond Herreman, Louis Paul Boon… Het waren niet de minsten, in de media en [lees verder]

De Brabantse Leeuwerik en de Vlaamse Leeuw

Recensie Gaston Durnez - 13/01/2018
Het Gulden Doek van Vlaanderen, zo heet een der curiositeiten uit de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Het is een omvangrijk schilderij waarop de kunstenaar Hendrik Luyten in ’t begin van de jaren dertig van de vorige eeuw niet minder dan 115 flamingantische BV’s heeft geportretteerd. Alsof hij [lees verder]

De O op de voordeur

Recensie Gaston Durnez - 26/11/2017
Op een van mijn boekenrekken staat een beroemde foto: het dak van een bibliotheek is ingestort bij een bombardement, zwart verbrande balken liggen boven allerlei puin, maar de zijwanden blijven recht en drie mannen staan er kalm bij en raadplegen een boek of zoeken  een titel.
Waarschijnlijk heb [lees verder]

Toen Vlaanderen bijna verging

Recensie Gaston Durnez - 31/12/2016
Toen de dichter en romancier Jozef Simons in 1948 op 59-jarige leeftijd overleed, erfde zijn 8-jarige zoon Ludo een kleine historische schat: een notitieboekje met soms moeilijk te lezen aantekeningen van een soldaat aan het IJzerfront. De jongen heeft het zorgvuldig bewaard en gekoesterd. In de loop [lees verder]

Wij moeten Stijn Streuvels bevrijden !

Recensie Gaston Durnez - 31/08/2016
Wij moeten Stijn Streuvels uit het literaire museum halen! Wij moeten hem definitief bevrijden van het imago van een gedateerde, landelijke, regionale, particularistische, West-Vlaamse heimatschrijver.
Dat betoogt Toon Breës in een van de opmerkelijkste studies die de jongste jaren aan een Vlaamse [lees verder]

Wij moeten Stijn Streuvels bevrijden !

Recensie Gaston Durnez - 31/08/2016
Wij moeten Stijn Streuvels uit het literaire museum halen! Wij moeten hem definitief bevrijden van het imago van een gedateerde, landelijke, regionale, particularistische, West-Vlaamse heimatschrijver.
Dat betoogt Toon Breës in een van de opmerkelijkste studies die de jongste jaren aan een Vlaamse [lees verder]

Ernest Claes, de man die onder meer schrijver was

Recensie Gaston Durnez - 28/05/2016
Een der populairste schrijvers uit de 20e eeuw in Vlaanderen heeft eindelijk een volwaardige levensbeschrijving gekregen: Ernest Claes, de biografie van een heer uit Zichem. De auteur Bert Govaerts noemt het zelf een ‘gewild ouderwets verhaal van wieg tot graf’. Bovendien wilde hij, dat zijn [lees verder]

Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘Hard Labeur’

Recensie Gaston Durnez - 23/04/2016
Toch kennen nogal wat Vlamingen de titel van een zijner beste werken. Zij gebruiken hem zelfs nog. Als de ellende van de negentiende en vroege twintigste eeuw wordt opgeroepen, duikt ook die titel gegarandeerd op: Arm Vlaanderen. Hij is een begrip geworden, een naam voor een bepaalde hongerperiode uit [lees verder]

0
    0
    Jouw winkelmand
    Jouw winkelmand is leeg
      Bereken verzending
      Bon toepassen

      Bedankt!

      Je link is opgenomen. Hartelijk dank. We bekijken en plaatsen die zo snel mogelijk. Klik ‘Nog een link ingeven’ om een nieuwe link in te geven of klik op Terug om terug te gaan naar de vorige pagina.