De lange lijdensweg van Zuid-Tirol

Cultuurhistoricus Thomas von der Dunk bezit een grote interesse voor de politiek betwiste grensgebieden in Europa. Zijn deskundigheid mag niet in twijfel getrokken worden. Dat blijkt alvast uit het boek ‘Zuid-Tirol is niet Italië!’ dat hij met veel verve schreef.  Mijns inziens is het voorliggende boek het eerste boek dat origineel in het Nederlands over de lange strijd van de Zuid-Tirolers tegen Italië geschreven werd. We mogen historicus von der Dunk dankbaar zijn dat hij zijn aandacht aan dit honderdjarige conflict besteedde. Voor velen zal het een eerste kennismaking zijn. Jammer dat de pers er hiertoe nog maar weinig aandacht aan besteedde. In Vlaanderen is het zelfs huilen met de pet op.

Italianisering

Het boek is onderverdeeld in drie grote delen. In het eerste deel maken we kennis met de geschiedenis van Zuid-Tirol tot en met de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het napoleontische tijdperk kwam het gebied in handen van Beieren. In die tijd was Andreas Hofer de legendarische Tiroler verzetsheld die door verraad door de Fransen gefusilleerd werd.

Tirol maakte toen als provincie deel uit van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie. In 1919 diende Oostenrijk als oorlogsverliezer Zuid-Tirol af te staan aan Italië. De Italianen beloofden zelfbestuur maar daar kwam niet veel van in huis, buiten het feit dat de mannelijke Tirolers vrijgesteld werden van legerdienst.

Het tweede deel van het boek beschrijft het interbellum en de Tweede Wereldoorlog. Na de (kunstmatige) machtsgreep van Mussolini en zijn fascisten werd Südtirol vanaf 1922 blootgesteld aan een geforceerde italianisering en werd de regio tot een politiestaat herleid. Mussolini & co moedigden tienduizenden (meestal arme) Italianen aan om te emigreren naar Alto-Adige, zoals zij Zuid-Tirol noemden. Mettertijd was het resultaat dat de provinciehoofdstad Bozen (Bolzano) een soort Brussel werd, aldus de auteur. De hoofdstad was voor driekwart Italiaans, terwijl het omliggende land nog driekwart Duitstalig was.

Churchill

Na de oorlog — waarmee we in het derde deel van het boek beland zijn — beloofde de Italiaanse overheid in 1946 aan de westerse geallieerden dat de Zuid-Tirolers een verregaande vorm van autonomie zouden krijgen. Hiermee wilden ze de geallieerden gunstig stemmen. De regering had immers de Amerikanen en Britten nodig om de havenstad Trieste en omgeving te kunnen behouden. De Joegoslavische communist Tito, met steun van de Sovjet-communisten, aasde ook op het gebied en hij behoorde tot de overwinnaars terwijl de Italianen enkel tijdig van kamp gewisseld hadden. Winston Churchill zag het liefst dat Zuid-Tirol terugging naar Oostenrijk, maar hij zat toen in de oppositie, en had niets meer in de pap te brokken.

Van de Italiaanse beloftes kwam evenwel niets in huis. De Italiaanse ambtenaren bleven dezelfde als vóór 1943. Zelfbestuur bleef voor de Tiroler bevolking een wensdroom. Uit onvrede met de Italiaanse weigering volgden er in de jaren 1950 en 1960 een reeks bomaanslagen met daarop een keiharde repressie. Pas na het autonomiestatuut van 1972, het afnemende centralisme en het verdwijnen van de Europese binnengrenzen werd het terug rustig in Zuid-Tirol, en werd zelfbestuur werkelijkheid. Thans bezitten de Duitstaligen er nog steeds de meerderheid, hoewel die afneemt. Bij de laatste verkiezingen haalden de Zuid-Tiroolse nationalisten nog 55 % van de stemmen, terwijl dat vroeger 74 % was.

Zelfbeschikkingsrecht

Met de vrede van Saint-Germain verschoof de Italiaans-Oostenrijkse staatsgrens van het noordpuntje van het Gardameer naar de Brenner. Veel liever had Italië de Kroatische regio Dalmatië ingepalmd, maar omwille van allerlei redenen ging deze koehandel niet door.

De Amerikaanse president Wilson had het even moeilijk met de overdracht van het ééntalige Zuid-Tirol aan Italië. Botste dat niet met zijn eigen zelfbeschikkingsrecht der volkeren? Maar beloofd was beloofd en de Italianen moesten omwille van hun oorlogsdeelname toch iets krijgen. Van een referendum in Südtirol was absoluut geen sprake. De uitslag zou immers al bij voorbaat vaststaan.

Ettore Tolomei

Uiteraard was de Zuid-Tiroolse bevolking niet in haar nopjes met de komst van de Italianen. Toch respecteerden deze aanvankelijk de culturele eigenheid van de regio. Maar dat veranderde algauw met de komst van Mussolini’s fascisten. Zij zetten alles in het werk om het nieuwe wingewest te italianiseren. Geestelijk was het terrein al voorbereid door toedoen van vooral de nationalist en toponymist Ettore Tolomei die uitblonk in het vervalsen van plaats- en familienamen. Voor hem en zijn mede-nationalisten waren de Zuid-Tirolers ofwel per abuis gegermaniseerde Romanen, ofwel barbaarse indringers die desnoods over de Alpen naar het noorden moesten verdreven worden.

Sommige Italiaanse hyperpatriotten dreven het zelf zover dat ze na hun oorlogsdeelname in 1915 —waarbij ze amper een gevecht wonnen nadat Oostenrijk-Hongarije al op de knieën lag— stukjes grondgebied van het neutrale Zwitserland eisten. Tussen haakjes: dat deed ook na de oorlog België ten opzichte van Nederland.

Zwarthemden

De fascisten stelden alles in het werk om de Zuid-Tiroolse bevolking te intimideren. Zwarthemden marcheerden uitdagend door de straten van de steden en de grote dorpen, naamborden werden ééntalig Italiaans gemaakt, monumenten in fascistische ‘bouwstijl’ werden opgericht, uitsluitend onderwijs in het Italiaans, etc. Alle verwijzingen naar de Habsburgers dienden verwijderd te worden.

In ieder dorp, stadje of boerengat werd er een eentalige Italiaanse gemeentesecretaris aangesteld die geen woordje Duits kende of wilde leren. Zelfs in een godvergeten boerendorp waar iedereen Duitstalig was, werd een dergelijke ambtenaar (meestal afkomstig uit Zuid-Italië) aangesteld. Von der Dunk wijst daarbij op de eenzaamheid van het bestaan van dergelijke ambtenaren, die meestal niet te kiezen hadden. Politie, gerecht, onderwijs, notaris,… alles gebeurde in het Italiaans. Wilde iemand zich op de rechtbank laten bijstaan door een tolk dan diende hij deze uit eigen zak te betalen. Hoe absurd de fascisten te werk gingen blijkt uit het volgende voorbeeld. Het museum van Bozen bezat/bezit een trapgevel; deze diende verwijderd te worden, daar te Germaans, en vervangen door een Romeinse toren.

Gedurende enkele jaren werden de Tirolers zelfs verplicht om hun Duitse familienamen in een Italiaanse te veranderen. Dat alles veroorzaakte bij de katholieke bevolking veel wrevel en tegenstand. Steun was er van de kerk en er ontstond een heel netwerk van clandestien Duits onderwijs. De lessen werden meestal gegeven door Duitstalige leerkrachten die uit hun ambt ontzet waren.

Optanten

Om de bespreking van dit uitermate inhoudelijk rijke boek af te ronden, wil ik de aandacht van de lezer nog wijzen op een bepaald aspect uit het boek, namelijk de treurige geschiedenis van de Tiroolse optanten. Mussolini wilde op het einde van de jaren 1930 maar al te graag een deel van de Duitse meerderheid kwijt. De Duitsers hadden hier wel oren naar. Vooral SS-leider Heinrich Himmler kon die raszuivere Tiroolse boeren best gebruiken. Halverwege 1939 kregen de Zuid-Tirolers de keuze: blijven en Italiaans worden of vertrekken naar het Reich, waarvan Oostenrijk (Ostmark) toen al deel uitmaakte.

Deze keuze veroorzaakte een grote verdeeldheid binnen de Tiroler gemeenschap. Himmler had al plannen om de ‘heimatzuchtigen’ of optanten naar Bourgondië, Slovenië of de Krim over te hevelen. Daar zouden ze een flinke stoot kunnen geven aan de germanisering van die gebieden. Ongeveer een derde van de Zuid-Tirolers gaf te kennen te willen verhuizen, waaronder zelfs een aantal Italianen… De verhuis bleek een fiasco. Het grootste deel van de optanten strandde in Oostenrijks Tirol of in Beieren. Slechts een paar procent kwam in het Groothertogdom Luxemburg en in het Sudetengebied terecht. Na de oorlog konden de meeste terugkeren naar hun oorspronkelijke heimat.

Staalkaart

Het grootste deel van de boeren bleef. En het is dankzij de honkvastigheid van deze Tiroolse boeren dat Zuid-Tirol vandaag nog grotendeels Duits gebleven is.

Het boek lees je als een staalkaart van de manieren waarop een overheid een minderheid kan vernederen. Zonder meer blonken de fascisten hierin uit. Na de oorlog pakten de Italianen de draad gewoon weer op, en deden ze alsof hun neus bloedde. Tot op het moment dat het zo niet meer verder kon, en het Tiroler vraagstuk voor de Verenigde Naties kwam. Pas nadien trof Rome duidelijke maatregelen ten gunste van de Zuid-Tirolers.

Hoewel hij het niet in zoveel woorden schrijft, blijkt maar al te duidelijk dat de sympathie van Thomas von der Dunk naar de Zuid-Tirolers uitgaat. Zijn boek mag dan al niet lezen als de vaart van een TGV, maar een goede, oude en betrouwbare boemel doet het nog altijd. Zelf ben ik blij dat hij en zijn uitgever ons dit boek schonken. ‘Zuid-Tirol is niet Italië!’ is een vertaling van “Süd-Tirol ist nicht Italien!” dat als grensmonument op de Brennerpas staat. Het mooi uitgegeven boek met flappen bevat naast een aantal illustraties en een bibliografie bovendien drie verschillende registers. Een aanrader zonder meer.

Zuid-Tirol is geen Italië | Thomas H. von der Dunk

Paperback / softback | Nederlands | Moderne geschiedenis (1870-heden)

‘Südtirol ist nicht Italien!’ Wie vanuit Oostenrijk over de Brennerpas Italië binnenrijdt, zal deze leus nog regelmatig op huizen of spandoeken aantreffen. Na de Eerste Wereldoorlog, waarbij het eerste land tot de verliezers en het tweede tot de overwinnaars [lees verder...]

In stock

Meer berichtjes van Pieter Jan Verstraete

Joseph Roth: een zwalpende meesterverteller en razende journalist

Recensie Pieter Jan Verstraete - 27/01/2023
Met zijn biografie over de Oostenrijkse romanschrijver en excellente journalist Joseph Roth schreef de Engelse verslaggever Keiron Pim als eerste voor zijn taalgebied het levensverhaal van deze eeuwige zwerver en zuipschuit. De vertaling is tevens de eerste Roth-biografie die in de Lage Landen bij de [lees verder]

Het trollenleger van J.K. Rowling: zesde Cormoran Strike-detective

Recensie Pieter Jan Verstraete - 15/01/2023
Na haar succes met de Harry Potter-boekenreeks legde Joanne K. Rowling zich toe op het misdaadgenre. Onder het pseudoniem Robert Galbraith begon ze te schrijven aan een serie detectives onder de noemer Cormoran Strike (zie ook Doorbraak van 27 december 2020). Ook deze reeks groeide uit tot een immens [lees verder]

Atoomoorlog op het nippertje voorkomen: de Cubacrisis van 1962

Recensie Pieter Jan Verstraete - 30/12/2022
In oktober 1962 kwam het haast tot een kernoorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. In zijn nieuw boek De Afgrond laat de Britse historicus Max Hastings aan de hand van nieuwe bronnen zien hoe door een kettingreactie van misverstanden de spanningen tussen 16 tot en met 28 oktober steeds [lees verder]

Een journaliste in een politieteam

Recensie Pieter Jan Verstraete - 13/12/2022
In het echte leven werkt Carina van Leeuwen (1959) voor de politie van Amsterdam, waar ze als inspecteur werkt als forensisch specialist in het cold case team — het onderzoeken van onopgeloste moorden uit het verleden na nieuwe aanwijzingen. Daarvoor werkte ze als operatieassistente in diverse ziekenhuizen.
[lees verder]

Van Uilenspiegel tot Roeland: een degelijke geschiedenis van het Vlaams Huis in Gent

Recensie Pieter Jan Verstraete - 08/12/2022
Vele jaren lang bewaarde Oswald van Ooteghem het archief van het Vlaams Huis in Gent. Enkele jaren geleden vroeg hij de Leuvense historicus Peter van Windekens om er de geschiedenis van te schrijven.
Wie Van Windekens enigszins kent, weet dat hij een ervaren ‘archiefrat’ is die de onderste [lees verder]

Een ‘donker’ toerist reist kriskras door Europa: een beleving

Recensie Pieter Jan Verstraete - 26/11/2022
In zijn vorig boek Het lijk van de dictator (2020) deed de gewezen hoogleraar Luc Rasson (1956) verslag over het overlijden en vooral het lange naleven van drie Europese dictators: Mussolini, Franco en Pétain. Hij deed dit met veel verve en vanuit een persoonlijke invalshoek. Thans ligt zijn tweede [lees verder]

Twaalf Europese ‘makers’ van geschiedenis en hun tijd

Recensie Pieter Jan Verstraete - 10/11/2022
In zijn nieuwste boek Persoonlijkheid en macht onderzoekt de bekende Britse historicus en Hitler-biograaf Ian Kershaw hoe twaalf Europese staats- en regeringsleiders met verschillende achtergronden en uit verschillende politieke systemen macht konden verwerven en uitoefenen, en in hoeverre die macht [lees verder]

Stormval: een prachtige Scandinavische detective

Recensie Pieter Jan Verstraete - 26/10/2022
Stormval brengt ons terug naar het einde van de vorige eeuw toen in Norrland of de noordelijkste landsdelen van Zweden een zestienjarig meisje, Lina Straved verdween. Iedereen ging ervan uit dat ze vermoord werd. De in zichzelf gesloten dader Olaf Hagström was een veertienjarige jongen, die na dagenlange [lees verder]

Mussert schuldig aan moord?

Recensie Pieter Jan Verstraete - 15/10/2022

We schrijven zomer 1940. Nederland en andere West-Europese landen zijn bezet door de Duitsers. In Den Haag installeren ze zich. Tal van gebouwen zijn in beslag genomen. Hun bestuurs-, militaire- en politieapparaten beginnen zich meer en meer te moeien met het Nederlandse bestuur. Nog kan de Nederlandse [lees verder]

Wie valt er nog te vertrouwen…

Recensie Pieter Jan Verstraete - 23/09/2022
Eerder mochten we hier de vorige thriller Rookgordijn van het Noorse auteursduo Jørn Lier Horst (oud-rechercheur) en Thomas Enger (journalist)  bespreken. In hun derde gemeenschappelijke thriller Slagzij (Noors: Slagside) bewijzen ze andermaal hun kunnen. Beiden zijn goed op elkaar ingespeeld.
Interne [lees verder]

Cyriel Verschaeve als beeldhouwer, een leerrijke inventaris

Recensie Pieter Jan Verstraete - 17/07/2022
Op het voorbije Cyriel Verschaeve-colloquium op 2 juli in Alveringem liet referaathouder Paul Verbraeken zijn toehoorders weten, dat Verschaeve (1874-1949) in zijn boetseerwerk, “hoe geïnspireerd en gedreven ook”, het nodige vakmanschap ontbrak. Een echte scholing, opleiding had hij nooit genoten. [lees verder]

De Friezen en de Eerste Wereldoorlog

Recensie Pieter Jan Verstraete - 30/06/2022
Direct na het losbarsten van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 stelde Winston Churchill, toen minister van Marine, aan het kabinet voor om het Nederlandse Waddeneiland Ameland met 3000 mariniers te gaan bezetten. Hij wilde er een vlootbasis uitbouwen om van daaruit de Duitse Bocht, alsook Denemarken [lees verder]

0
    0
    Jouw winkelmand
    Jouw winkelmand is leeg
      Bereken verzending
      Bon toepassen

      Bedankt!

      Je link is opgenomen. Hartelijk dank. We bekijken en plaatsen die zo snel mogelijk. Klik ‘Nog een link ingeven’ om een nieuwe link in te geven of klik op Terug om terug te gaan naar de vorige pagina.