De eeuw van Heldring

Tussen 1960 en 2012 heeft J.L. Heldring in het NRC-Handelsblad viereneenhalf duizend afleveringen van zijn rubriek Dezer Dagen gepubliceerd. En daar buiten ook nog zo een en ander. Ik weet niet of het een record is, het is wel een flinke stapel papier ! Hij had nog enkele velletjes groter kunnen zijn,

Want Heldring werd twee keer gecensureerd. Dat werd hem telkens heel voorzichtig meegedeeld: ‘Ik zou liever niet willen dat je dit artikel zou plaatsen’. Zo groot was zijn gezag al in de eerste jaren, dat de kapitaalbazen hem met zachte stem aanspraken.

De eerste kroniek die sneuvelde, handelde over het huwelijk van de Belgische koning Boudewijn. ‘Ik had gezegd, zo vertelde Heldring jaren later, dat het jammer was dat hij met een Spaanse en niet met een katholieke Nederlandse ging trouwen. Ter wille van de eenheid der Lage Landen zou het mooier zijn geweest als zijn keuze was gevallen op een meisje uit de Nederlandse, rooms-katholieke adel.’

De toenmalige hoofdredacteur van de vrijzinnige Hollandse krant wilde blijkbaar niet op lange Belgische tenen trappen. Wellicht herinnerde hij zich dat het de Belgische kroonprinsen sinds 1830 bij wet verboden is met een Nederlandse prinses te trouwen.

De tweede afgekeurde tekst van J.L. Heldring eiste het aftreden van minister Luns vanwege diens Nieuw-Guinea-politiek – en dat bleek onterecht en erg voorbarig te zijn, de minister zou nog negen jaar aanblijven. Twee gesneuvelde teksten maar, in een der langste journalistenlevens der Lage Landen, wie doet beter?

Voorbeeld

Jerome Louis Heldring mocht niet klagen over belangstelling voor zijn werk. Hij werd al vroeg geëerd (en betwist) als een voorbeeld voor kroniekschrijvers en politieke commentatoren– en op het hoogtepunt van zijn loopbaan ook als leermeester voor geschiedschrijvers en toekomstige diplomaten. Nu heeft hij, vijf jaar na zijn dood op 94-jarige leeftijd, een sterke biografie gekregen. Zij is het werk van Hugo Arlman, zelf een doorgewinterde journalist en tv-documentairemaker. Arlman noemde zijn boek De eeuw van J.L. Heldring. Een goede titel. Bij de lectuur krijg je de indruk dat je de zware wereldbol in je handen houdt en dat je hem begint te doorzien en naar waarde te schatten.

J.L. Heldring werd geboren met een gouden lepeltje in de mond. Hij was de zoon van een grote Amsterdamse reder, een der belangrijkste ondernemers van de stad, en van een Française. Hij verloor zijn moeder toen hij 7 jaar was en werd voor een groot deel opgevoed door een tante en door een Zwitserse gouvernante. Hij leek voorbestemd om in de voetstappen van zijn vader te treden of om bankier te worden, maar dat vooruitzicht kon de schitterende student in de rechten niet boeien. Toen hij een voortreffelijke schrijverspen bleek te bezitten, loodste zijn vader hem de redactie van de NRC binnen. Hij had dan al wel de nodige buitenlandse reizen achter de rug, zo van die omzwervingen die de rijke jongelingen van weleer plachten te vormen. Later zou hij daar vier jaar New York aan toevoegen, in een officiële Nederlandse informatiedienst.

Een en ander bezorgde hem diplomatieke ervaring en een stevig netwerk. Snel zou hij in Amsterdam de redactionele ladder beklimmen, om ten slotte enkele jaren hoofdredacteur te worden en de nog betrekkelijk kleine maar gezaghebbende opiniekrant de computerwereld binnen te leiden. (Hij bleef zelf wel heel zijn leven op een oude schrijfmachine tikken.). Ten slotte werd hij directeur van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken.  

Gouden lepel

In deel 1 en deel 2 van het boek beschrijft Hugo Arlman jeugd en loopbaan van Heldring. Dat doet hij beknopt en zakelijk, zonder familiegeheimen te romanceren, met de pen van een bedaarde ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij geeft ons een idee van het leven in de hoge herenhuizen aan de Grachtengordel, waar ’s ochtends aan de ontbijttafel uit de kinderbijbel werd voorgelezen, en waar jeugdvriendschappen uit de universiteitsjaren en vaderlijke bankrekeningen de diploma’s verzwaarden. In dat milieu ontwikkelde de nuchtere Jerome zich van een gelovige protestant tot een vrijzinnige protestant, een intellectueel met ‘een afstandelijk masker’. Twee karakteristieke trekken zijn al vlug in zijn eerste geschriften merkbaar: ‘historische kennis en inzicht, en een non-conformistische opstelling’.

In deel 3 en 4 van het boek worden de geschriften van Heldring ontleed en aan mekaar gelast tot een lang en boeiend overzicht van de wereldpolitiek. Dat moet een reusachtig werk zijn geweest. Met een zeer leesbaar resultaat.

Arlman typeert de kroniekschrijver als ‘liberaal in zijn kijk op de wereld, ondogmatisch, rationalistisch, met oog voor eigen en andermans menselijk falen’. Elders is er sprake van ‘een koele, over het algemeen weinig ideologisch bepaalde analyse, waarin de politieke en economische belangen centraal stonden, evenals de machtspolitieke verhoudingen. ‘Morele categorieën als goed en kwaad of heftige emoties kwamen maar spaarzaam voor’. Dat maakte hem tot een opvallende uitzondering in de brede schare van Hollandse morele scherpslijpers.

Zo was Heldring een atlanticus , voor wie evenwel ‘ de Amerikaanse bescherming van West-Europa, vooral in de vorm van de Amerikaanse kernwapens, voor (hem) niet heilig was – hij bleef altijd argumenteren – maar zij was wel de basis voor het  bestaan van West-Europa’. Dat Europa was voor hem ‘geen eenheidsworst, en zal dat gelukkig ook nooit worden’, zei hij. Tegenover een Europese samenwerking die steeds onafhankelijker werd van de Verenigde Staten stond hij sceptisch.

Nederlandse taal

Helemaal ingaande tegen de Hollandse tijdgeest schreef Heldring graag en vaak over onze taal. Hij betreurde dat Nederland niet taalbewust was. Het ging slordiger met zijn taal om dan de Fransen, Engelsen of Duitsers en ‘keek neer op de Vlamingen, die veel meer waarde hechtten aan hun taal’. Slordig schrijven betekende slordig of niet nadenken. ‘Kan een denklui volk lang een democratische samenleving handhaven?’ vroeg hij. Politici kregen op dat gebied van hem forse zweepslagen. En wat kon hij zich ergeren aan ‘in hun taalgebruik verdwaalde theologen’! Toen de vermaarde pater Schillebeeckx de Erasmusprijs kreeg, werd Heldring werkelijk boos: ‘Iemand die zo zondigt tegen zijn eigen taal, ja, tegen taal in het algemeen, verdient geen culturele prijs, al zijn zijn gedachten nog zo subliem’. Het Groot Dictee kon hij niet smaken en hij citeerde professor Huub van den Bergh: ‘Het groot dictee in zijn huidige vorm kan alleen worden gewonnen door een dwangneuroot die het hele Groene Boekje uit het hoofd heeft geleerd’.

In 1986 kreeg Heldring de Visser-Neerlandiaprijs van het Algemeen-Nederlands Verbond als ‘voorstander van een goed en vooral logisch gebruik van de Nederlandse taal’. Geloofd en geprezen werden zijn herhaalde pleidooien voor een weloverwogen buitenlands cultuurbeleid van Nederland, met België als grote prioriteit.

In De Standaard werd daar toen grote aandacht aan besteed. Bij die gelegenheid trof mij, dat hij helemaal niet overkwam als de ‘afstandelijke man’ die in het boek wordt beschreven. In zijn dankwoord sprak hij zijn bewondering uit voor de wijze waarop het Nederlands in de Vlaamse televisie (toen …) niet alleen door vaklui werd gesproken, vaak zuiverder dan in Nederland zelf. ‘Moge de confrontatie waarmee u in het Belgische staatsverband te maken hebt, altijd een prikkel zijn tot zuiver taalgebruik, dus tot zuiver denken’.

In een brief heeft Heldring mij in die tijd zijn sympathie uitgesproken voor de Vlaamse Beweging. Hij kende De Standaard natuurlijk en citeerde hem geregeld. Onze chef buitenland en directeur van de redactie noemde hij ‘mijn vriend Troch, met wiens analyses ik het overigens vaak niet eens was’.

Op onze redactie was de lectuur van Dezer Dagen altijd weer een journalistiek lesje. Troch erkende de inspiratie die hij zelf vond bij Heldring, vooral dan in diens ondogmatische aanpak. Troch was zelf helemaal geen conservatief en werd in die dagen verketterd als ‘al te links’. Wanneer zou híj een grote biografie krijgen?

IJzeren tucht

Jerome Heldring bleef zijn kolom onvermoeibaar en met een ijzeren tucht schrijven. Ook na zijn pensioen. Hij las en commentarieerde tot kort voor zijn 94ste jaar. Met behoud van zijn wedde en een eigen kantoortje. Aan een interviewer moet hij eens gezegd hebben : ‘Ik heb het zo lang kunnen volhouden, omdat ik het zo lang bleef doen.’

De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013) | Arlman Hugo

Paperback / softback | Nederlands | Biografieën literaire auteurs

J.L. Heldring (1917‒2013) is vooral bekend geworden door zijn rubriek "Dezer Dagen" in NRC Handelsblad, waarvan er tussen 1960 en 2012 viereneenhalf duizend afleveringen verschenen. In achthonderd tot duizend woorden trakteerde hij zijn lezers op scherpe [lees verder...]

In stock

Meer berichtjes van Gaston Durnez

De eeuw van Heldring

BlogGaston Durnez - 11/11/2018
Tussen 1960 en 2012 heeft J.L. Heldring in het NRC-Handelsblad viereneenhalf duizend afleveringen van zijn rubriek Dezer Dagen gepubliceerd. En daar buiten ook nog zo een en ander. Ik weet niet of het een record is, het is wel een flinke stapel papier ! Hij had nog enkele velletjes groter kunnen zijn,
[lees verder]

Een grote literaire vriendschap

BlogGaston Durnez - 30/10/2018
Een der grootste en warmste schrijversvriendschappen uit onze gewesten bloeide vorige eeuw drie decennia lang tussen Stijn Streuvels en de 26 jaar jongere Antoon Coolen. Toen de Noord-Brabander in 1929 zijn toenmalige succesboek Kinderen van ons Volk als geschenk aan de grijze West-Vlaming presenteerde, [lees verder]

Reimond Kimpe, Leeuw en Zeeuw

BlogGaston Durnez - 10/05/2018
In 2001 ontstond in Middelburg een ridicuul incident rond een schilderij dat de oorlogsbrand van het stadhuis voorstelde en door de Zeeuwse stad werd aangekocht. Het kunstwerk was indertijd vervaardigd door Reimond Kimpe, een Vlaamse activist uit de Eerste Wereldoorlog die ook in de Tweede Wereldoorlog [lees verder]

De man die de duivel een loer draaide

BlogGaston Durnez - 26/04/2018
In de journalistiek is de allround-man de beste specialist. Zo leert ons een oude spreuk in ons beroep. Toon Horsten is er een sterk voorbeeld van. De 49-jarige Kempenaar is een germanist, bedrijvig als literair kroniekschrijver met bijzondere belangstelling voor non-fictie, een expert inzake beeldverhalen, [lees verder]

Journalistieke klokspijs

BlogGaston Durnez - 31/03/2018
Er zou een mooi en dik boek te maken zijn over Vlaamse literatoren die ook journalisten zijn geweest. Om maar enkele namen te noemen die de oudsten onder ons nog hebben gekend : Maria Rosseels, Marnix Gijsen, Richard Minne, Reimond Herreman, Louis Paul Boon… Het waren niet de minsten, in de media en [lees verder]

De Brabantse Leeuwerik en de Vlaamse Leeuw

BlogGaston Durnez - 13/01/2018
Het Gulden Doek van Vlaanderen, zo heet een der curiositeiten uit de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Het is een omvangrijk schilderij waarop de kunstenaar Hendrik Luyten in ’t begin van de jaren dertig van de vorige eeuw niet minder dan 115 flamingantische BV’s heeft geportretteerd. Alsof hij [lees verder]

De O op de voordeur

BlogGaston Durnez - 26/11/2017
Op een van mijn boekenrekken staat een beroemde foto: het dak van een bibliotheek is ingestort bij een bombardement, zwart verbrande balken liggen boven allerlei puin, maar de zijwanden blijven recht en drie mannen staan er kalm bij en raadplegen een boek of zoeken  een titel.
Waarschijnlijk heb [lees verder]

Toen Vlaanderen bijna verging

BlogGaston Durnez - 31/12/2016
Toen de dichter en romancier Jozef Simons in 1948 op 59-jarige leeftijd overleed, erfde zijn 8-jarige zoon Ludo een kleine historische schat: een notitieboekje met soms moeilijk te lezen aantekeningen van een soldaat aan het IJzerfront. De jongen heeft het zorgvuldig bewaard en gekoesterd. In de loop [lees verder]

Wij moeten Stijn Streuvels bevrijden !

BlogGaston Durnez - 31/08/2016
Wij moeten Stijn Streuvels uit het literaire museum halen! Wij moeten hem definitief bevrijden van het imago van een gedateerde, landelijke, regionale, particularistische, West-Vlaamse heimatschrijver.
Dat betoogt Toon Breës in een van de opmerkelijkste studies die de jongste jaren aan een Vlaamse [lees verder]

Wij moeten Stijn Streuvels bevrijden !

BlogGaston Durnez - 31/08/2016
Wij moeten Stijn Streuvels uit het literaire museum halen! Wij moeten hem definitief bevrijden van het imago van een gedateerde, landelijke, regionale, particularistische, West-Vlaamse heimatschrijver.
Dat betoogt Toon Breës in een van de opmerkelijkste studies die de jongste jaren aan een Vlaamse [lees verder]

Ernest Claes, de man die onder meer schrijver was

BlogGaston Durnez - 28/05/2016
Een der populairste schrijvers uit de 20e eeuw in Vlaanderen heeft eindelijk een volwaardige levensbeschrijving gekregen: Ernest Claes, de biografie van een heer uit Zichem. De auteur Bert Govaerts noemt het zelf een ‘gewild ouderwets verhaal van wieg tot graf’. Bovendien wilde hij, dat zijn [lees verder]

Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘Hard Labeur’

BlogGaston Durnez - 23/04/2016
Toch kennen nogal wat Vlamingen de titel van een zijner beste werken. Zij gebruiken hem zelfs nog. Als de ellende van de negentiende en vroege twintigste eeuw wordt opgeroepen, duikt ook die titel gegarandeerd op: Arm Vlaanderen. Hij is een begrip geworden, een naam voor een bepaalde hongerperiode uit [lees verder]

0
    0
    Jouw winkelmand
    Jouw winkelmand is leeg
      Bereken verzending
      Bon toepassen

      Bedankt!

      Je link is opgenomen. Hartelijk dank. We bekijken en plaatsen die zo snel mogelijk. Klik ‘Nog een link ingeven’ om een nieuwe link in te geven of klik op Terug om terug te gaan naar de vorige pagina.