Wat heeft Bakelandt met Kamagurka?

De oervlaamse avonturenstrip Bakelandt verschijnt jaren na verdwijnen van de markt in integrale editie. Telkens vijf verhalen per boek met harde kaft. In het vijfde deel steekt meteen ook een zeer boeiend dossier over de vriendschap en samenwerking tussen striptekenaar Hec Leemans en Kamagurka.

Zeer Vlaams

In 1975 creëerden Hec Leemans en Daniël Jansens (onder pseudoniem J. Daniël) de stripreeks Bakelandt voor de kranten Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet. De setting was toen bijzonder origineel. Door de keuze voor een brigand of zoals de Engelsen het noemen een highwayman in de prille 19de eeuw konden de makers alle kanten op met hun verhaal. Enerzijds kozen ze voor de Boerenkrijg en een clandestien bestaan in en ver buiten het West-Vlaamse Vrijbos. Anderzijds leverde het een veelzijdiger en toch geloofwaardiger avonturenstrip op dan bijvoorbeeld de Rode Ridder.

Het gegeven was zeer Vlaams en door de bizarre distributie van stripverhalen in Nederland zou de reeks ook nooit aanslaan boven de Moerdijk. Volgens Hec Leemans was het nagenoeg onmogelijk om zichtbaarheid te krijgen in Nederlandse boekhandels, want op stripbeurzen verkochten de stripalbums wel degelijk. Niet dat Leemans en collega Merho het niet probeerden. Ze zetten zelf iets op, namen mensen onder de arm, maar inbreken in de lucratieve Nederlandse markt lukte nooit.

Al iets pikanter

Met Bakelandt, zijn trouwe luitenant en brute kracht Pé Bruneel en de knappe, maar ook koppige Rooie Zita had striptekenaar Hec Leemans in het kleine Vlaanderen spreekwoordelijk goud in handen. Vooral Rooie Zita kon in de vrijzinnige kranten al iets pikanter (en nog extreem braaf uiteraard) uit de hoek komen dan in de katholieke kranten. Zita mocht zelfs af en toe wat suggestief bloot tonen. Wat decolleté en een tepel die door de bloes scheen, meer mocht zelfs in liberale in kranten niet. In de van oorsprong Franstalige strips in weekblad Kuifje kon een occasionele blote tiet al wel, maar zo preuts was Vlaanderen toen nog.

Aan een hels ritme volgden de verhalen elkaar op en door het te jonge overlijden van Daniël Jansens draaide alles al snel rond Hec Leemans. Tot 2006 verschenen 96 albums. Eerst lang in zwart-witte brochures (met nietjes dus) en uiteindelijk ook in kleur. Door de overgang naar de Standaard Uitgeverij kwamen er nieuwe covers, een rechte rug en beter papier. De reeks werd volledig ingekleurd en in theorie werden alle delen heruitgegeven. Door het wegvallen van de voorpublicaties in de kranten in de jaren 1990 en een tanende losse verkoop stierf de reeks een stille dood. Eigenlijk hield Bakelandt het nog relatief lang vol in vergelijking met Robert en Bertrand, Kari Lente of Bessy.

Een iets ander marktsegment

Als scenarist bleek Hec Leemans met Nino (getekend door Dirk Stallaert) een topreeks te maken die internationaal aansloeg. Door omstandigheden stopte de reeks Nino. Hec Leemans boorde ondertussen met de stripverhalen van FC De Kampioenen een succesvolle franchise aan en zette daar zijn enorme productiviteit voort. Bij zijn 65ste verjaardag in 2015 verscheen een speciale editie en bij zijn 70ste verjaardag in 2020 verscheen een huldeboek. Allemaal nog in de betere boekhandel te koop. Leemans stond ook mee aan de wieg van het Belgisch Stripcentrum in Brussel en de Stripgilde, oorspronkelijk de beroepsvereniging voor Vlaamse striptekenaars en cartoonisten.

Hoewel Bakelandt altijd een iets ander marktsegment aanboorde dan de klassieke gezinsstrip leek de vergetelheid te wenken. Tot Saga Uitgaven besloot de reeks opnieuw uit te brengen in 18 integralen met per integraal een stevig achtergronddossier vol historische feiten, opgemerkte details en een overzicht van de rijk gevulde carrière van Hec Leemans.

Toemaatje

Onlangs verscheen Bakelandt Integraal 5 met naast de oorspronkelijke cover, de nieuwe cover en de kleureneditie een dossiertje rond elk album. Als toemaat staat in Integraal 5 een zeer lang overzicht van de samenwerkingen tussen Hec Leemans en zijn vriend Kamagurka. Een bijzonder boeiend dossier waaronder zelfs een weetje dat beide heren ooit in 1980 de redactie van de krant De Vooruit bezetten. De krant ging failliet, dus belandden ze bij Humo. Het biografisch deel toont goed de veelzijdigheid van Leemans en ook zijn discipline.

Het is moeilijk te vatten voor veel lezers, maar de zogenaamde derde generatie van striptekenaars had in de late jaren 1970 en jaren 1980 zeer hard moeten vechten om zich een plaats te verwerven in het striplandschap. De eerste generatie met Hergé bestond uit gevestigde waarden en ook de tweede generatie met Franquin, Tillieux, Jijé, Vandersteen, Sleen en Nys had een sterke positie uitgebouwd. Zeker de Vlaamse auteurs van de derde generatie zoals Leemans, Merho of Jean-Pol die enkel in Vlaamse kranten voorpubliceerden en daarnaast veel goedkopere albums moesten zien te verkopen, waren gedwongen een zo hoog mogelijk aantal stripalbums per jaar af te leveren. Dat was er gelukkig niet altijd aan te zien. Meestal dankzij een studiopraktijk zoals bij Willy Vandersteen.

Minimum aan decors

Bij de reeks Bakelandt uitte zich dat in een strikt minimum aan decors en zeer veel grote vlakken vol Chinese inkt. Niettemin is dit zelfs na de inkleuring niet storend in de vijf albums die in Integraal 5 verschijnen. Bij deze verhalen zitten een aantal van de meest gewaardeerde in de reeks van 96. Uiteraard De Ring van Napoleon, maar ook Het Raadsel van Amsterdam en de Zwarte Griffioen. Verder bevat de integrale De Jongens van Turnhout en de Stad der Verdoemden.

Wat bij het na al die jaren lezen van deze stripverhalen opvalt is dat ze eigenlijk nog niet zo erg gedateerd blijken. Zelfs de historische weetjes over elk verhaal blijken boeiend. Wie graag eens nostalgisch Bakelandt in kleur wil herlezen of wie graag kennismaakt met een vergeten Vlaamse stripreeks die niet opgehangen is rond bv’s of tv-series moet onbeslist deze Integraal 5 eens proberen.

Deel dit met je vrienden: