Torfs en Bauwens: ‘De Kerk is fantastisch’

Tijdens de coronatijd schreef Rik Torfs, professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, een boek met daarin zijn ideeën over de Katholieke Kerk. De gedurfde titel De Kerk is fantastisch geeft alvast een eerste beeld over het onderwerp en zijn mening. In deze aflevering van Doorbraak Radio gaan de kerkjurist en Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak, dieper in op de inhoud van dit boek en de vraag of de Kerk wel degelijk fantastisch is.

Het instituut is nodig, maar werkt ook wel deels tegen

Voor Torfs was het een interessante gelegenheid om wat dieper te kijken. En om er zelf ook achter te komen hoe hij na zo veel jaren werk toch over dit waanzinnige instituut denkt. Het is niet de bedoeling om de Kerk te verdedigen als instituut, ‘want er zijn zo veel fouten in’, zegt Torfs. Hij wil wel aantonen hoe ongelooflijk belangrijk een goed functionerende kerk kan zijn in een mensenleven. ‘We hebben ook een instituut nodig om dat geloof gestructureerd door te geven’, zegt Bauwens.

Maar er lopen ook volgens Bauwens wel heel wat dingen mis. Dat werkt dan tegen. De Kerk is de laatste decennia een aantal keer in opspraak gekomen. Dat leeft vooral bij jonge mensen. Dit geeft ook Torfs toe. Hij wil de schandalen zeker niet uit de weg gaan. ‘De boodschap die de Kerk brengt, is niet in overeenstemming met de daden die ze altijd doet.’ Professor Torfs geeft zo in zijn boek eigenlijk kritiek op de Kerk. Toch noemt haar fantastisch. Volgens Bauwens slaagt hij erin om die tweestrijd mooi te verwoorden. Vele gelovigen zullen zich erin herkennen.

Niet enkel voor gelovigen

Het boek is volgens Torfs bestemd voor een zo breed mogelijk publiek. Dus niet enkel voor gelovigen. Ten eerste de mensen in de Kerk zelf die ondanks de barre tijden (zeker in ons land) toch niet afhaken. ‘Die de boodschap achter het instituut te belangrijk vinden om eraan te verzaken.’ Maar het is vooral geschreven voor die mensen die ervan uitgaan dat de Kerk volkomen irrelevant is geworden, zegt Torfs. Zijn bedoeling is een debat aangaan met alle mensen die dit onderwerp volkomen passé achten. Hij wil op een bepaalde manier ook aantonen dat het in de praktijk ook vaak iets beter gaat dan wat wordt verondersteld. ‘De Kerk dient ook als plek voor mensen die tijdelijk ongelovig worden of misschien blijven.’ De mogelijkheden hiervoor zijn er, zegt Torfs.

De harde moralistische samenleving

Volgens Bauwens moeten ze met de Kerk heel goed nadenken waar ze mee bezig zijn. Nu komen ze te moralistisch over. ‘De Kerk heeft het meer over het hiernamaals en de moraal in plaats van over de kern van gelovig zijn, de relatie met God en het eeuwige leven.’ Dit is ook één van Torfs’ standpunten. ‘Ik ben tegen de moraal’, zegt Torfs. ‘Moraal is een afgeleide voor wat religie werkelijk is, maar het kan wel een consequentie zijn.’ Openheid voor het transcendente, wat ons overstijgt, voor de grote levensvragen en mysteries is de kern van religie, zegt Torfs. ‘Als je de nederigheid hebt als mens om je eigen relativiteit in te zien ga je noodzakelijkerwijze ook anderen menselijker en barmhartiger behandelen.’

De Kerk is helaas voor de samenleving een autoritair instituut. Eén dat zich bovendien schuldig maakt aan seksueel misbruik. Dat is waar. En het is een schande, zegt Torfs. Hij ziet echter op dit moment de Kerk als de plek waar de onvolmaakte mens nog echt mag voortleven. Terwijl we voor de rest in een harde moralistische samenleving zijn terecht gekomen.

Volgens Bauwens is er een groot verschil tussen de basiskerk (de parochie) en de Kerk als instituut. Hij voelt aan de basis een grote openheid. Grote discussies zijn daar helemaal geen item. ‘De mensen liggen wel wakker van kerkelijke functionarissen die heel grote morele uitspraken doen, maar zichzelf aan die strenge moraal niet houden, zoals het misbruik en homoseksualiteit.’ De maatschappij is zodanig veranderd dat de Kerk niet meer weg komt met die hypocrisie, zegt Torfs.

De Kerk als humus

In zijn boek gebruikt Torfs een beeld van de Kerk als humus. Als kerkjurist kent hij de donkere kanten van het instituut. Maar in plaats van daarvan weg te lopen, kun je er volgens hem beter inspiratie uit putten. ‘In die verrotting kunnen we humus vinden om het zelf beter te doen, humus moet juist die bestrijding versterken en de Kerk beter maken.’ Maak daar dan gebruik van om je geloof te voeden, zegt Torfs. Het is de belangrijkste gedachte van zijn boek. Dat je door die humus telkens weer opnieuw kan beginnen. Misschien heeft de Kerk als organisatie dat wel nodig. Want waarschijnlijk zijn er vele mensen, meer dan we denken die met religie en spiritualiteit wel degelijk bezig zijn, maar geen kanaal meer vinden in de huidige kerk om het naar buiten te brengen, zegt Torfs.

Bauwens vindt dat dat de moeilijkste opdracht is vandaag. Zoals de paus zegt, ‘we moeten een missionaire kerk zijn’. We moeten openstaan voor meer dan die kerngelovigen. Het probleem voor Bauwens is hoe je dat vandaag de dag nog moet doen. ‘Want eigenlijk juist daar staat het instituut voor een deel in de weg.’ Een instituut is aan de ene kant nodig om tot vormgeving over te gaan, maar aan de andere kant ook een akelige factor van machtsconcentratie waar we mee moeten leven, zegt Torfs. Daarom wil hij in zijn boek echt proberen mensen te bereiken die in meerdere of mindere mate gedegouteerd zijn door de Kerk of haar helemaal niet kennen.

Redacteur: Pieter-Jan Volkaert

0
    0
    Jouw winkelmand
    Jouw winkelmand is leegTerug naar de winkel

    Bedankt!

    Je link is opgenomen. Hartelijk dank. We bekijken en plaatsen die zo snel mogelijk. Klik ‘Nog een link ingeven’ om een nieuwe link in te geven of klik op Terug om terug te gaan naar de vorige pagina.