Sublieme Nero-hommage in de geest van Marc Sleen

Met De Toet van Tut verscheen op 29 november een stripverhaal van Nero van de hand van Willy Linthout en Luc Cromheecke. Het gaat om een soort hommage aan Marc Sleen de geestelijke vader van Nero. Tegen alle verwachtingen in blijkt het stripalbum een schot in de roos.

Geniaal of weerzinwekkend?

De keuze van Standaard Uitgeverij om Luc Cromheecke dit hommage te laten tekenen liet vele stripliefhebbers de wenkbrauwen fronsen. Luc Cromheecke roept bij stripliefhebbers gemengde gevoelens op. De ene groep vindt zijn bizar werk geniaal, de andere en veel grotere groep ontwikkelde een bijna viscerale weerzin voor zijn werk . En dat al sedert Taco Zip en Tom Carbon in de jaren 1980 in het weekblad Robbedoes verschenen.

Geen van die reeksen kende dus begrijpelijkerwijze veel succes. Een bescheiden succesje kende Cromheecke met de strip Roboboy (de supersnotneus) die hij samen met Willy Linthout maakte.

Vooral de knullige tekeningen van iemand die toch kunstacademie afrondde, wekken dikwijls ergernis. Toch is Cromheecke geen prutser of dilettant. Hij werkte zelfs bij Studio Vandersteen. Daar leerde hij scenarist Bruno De Roover kennen. Met hem maakte hij in 2016 De Tuin van Daubigny over de plein-air-schilder Charles-François Daubigny. Deze stripbiografie was zonder meer een pareltje en een must-have in elke stripcollectie. Plots werd duidelijk dat de komische en nogal knullige tekenstijl van Cromheecke veel meer potentieel bezat dan de lichtgestoorde kolder die hij eerder produceerde.

De oude Nero-verhalen

Willy Linthout is veel bekender door zijn Urbanusstrips. Qua strips nam Linthout vooral Marc Sleen als voorbeeld en dus is het zeker geen toeval dat hij dit hommage schreef. Allicht daarom ook dat de strip vol referenties zit naar oude Nero-verhalen. Beo’s, oude nevenpersonages en zelfs enkele grappen zijn zo weggelopen uit de oude Nero’s. Af en toe staken Cromheecke en Linthout zelf enkele knipogen naar Kuifje en Asterix in het verhaal.

Linthout begon trouwens ooit met een persiflage op Nero die hij met toestemming van Marc Sleen mocht laten uitgeven. Op zich een zeer uitzonderlijk verhaal. Het was meteen ook de start voor Linthouts carrière als striptekenaar die kort daarop met Het Frietkotmysterie (het eerste album van de Urbanusstrips) een hoge vlucht zou nemen. Net al Cromheecke wekte het tekenwerk van Linthout lang ontzettend veel wrevel op bij veel stripfanaten. Maar wie de albums een beetje volgde door de jaren kon vaststellen dat ze al lang ontzettend goed zijn getekend en de lelijkheid ondertussen een gimmick is.

De Urbanusstrip was altijd een strip you’d love to hate. Linthout toonde met ander werk trouwens wat hij in zijn mars heeft als tekenaar. Zelfs dat love-to-hate kan van het album De Toet van Tut niet gezegd. De ogenschijnlijk slecht getekende figuurtjes zijn eigenlijk heel zorgvuldig grafisch werk. En zeer vertederend. Details uit de oude Nero-verhalen zijn meticuleus getekend aanwezig, zonder ooit geforceerd te lijken. Een gastronoom zou dosering en de kruiding perfect noemen.

Kostelijk vermaak

Nergens duikt ook maar één strookje op dat haastwerk of geknoei zou doen vermoeden. De tekeningen van Cromheecke passen voortreffelijk bij het verhaal. Dat is ontzettend kostelijk. Bovendien lijkt het de sfeer en de humor van vroege Nero-albums door Marc Sleen perfect te vatten. Wie vreesde voor een combinatie van Urbanusstrips en Taco Zip met meneer en madam Pheip, Petoetje en Petatje, Nero en zijn koekentien, zal opgelucht ademhalen.

De Toet van Tut is één van de beste hommagestrips ooit gemaakt. Het holderdebolderscenario verveelt nooit. Elke pagina is een plezier om lezen. De humor gaat nooit vervelen. Nergens worden Cromheecke en Linthout platvloers of ridicuul. De vleesetende scarabeeën, met knipoog naar de Urbanusstrips, storen evenmin. Zelfs de typische manier van Marc Sleen om zijn dagbladverschijnsel een soort stripzelfspot mee te geven, kregen de twee auteurs onder de knie.

Één lange liefdesverklaring

Uit het hele album spreekt een ontzettende liefde en ontzag voor het fenomeen Nero. De stripverhalen van Nero zijn zelfs binnen de Vlaamse krantenstrips een zeer apart gegeven. Dit op de juiste manier vatten en daar iets origineels mee doen, lijkt een onmogelijke opgave. Wie dit album in handen heeft, zal merken dat het toch kan. Mits het scenario goed is.

Het is trouwens grappig om te zien dat het album onder de imprint Matsuoka van Standaard Uitgeverij verscheen. Het geheim van Matsuoka is de strip waarin Nero van nevenfiguurtje in de strips rond Detective van Zwam evolueerde naar hoofdpersonage. In het uitgeeffonds van Matsuoka zit al een hommage aan Marc Sleen door Kim Duchateau uit 2017. Het was het eerste Nero-album in vijftien jaar.

Het zeer verdienstelijke De zeven vloeken mag dan op het eerste gezicht veel beter getekend lijken, De Toet van Tut is in alle opzichten authentieker en veel meer in de traditie van de klassieke Nero. Dat doet niks af aan de kwaliteiten van Duchateaus Nero-verhaal.

Zelfs wie de prachtige tekeningen van de Nero’s uit de Stallaert-jaren adoreert, zal niet teleurgesteld worden door dit album. Linthout en Cromheeckes Nero is minder gekunsteld. En ook minder een poging om een idool te emuleren dan bij de zeven vloeken. Dat Linthout een ware Nero-kenner blijkt, konden striplezers al vaak vaststellen in de Urbanusstrips waar hij keer op keer knipogen weggaf naar Nero. De enige vraag die nu rest is of de lat nu niet te hoog werd gelegd. Te hoog om ooit nog een Nero-hommage te tekenen die zo juist de toon, de sfeer en leeservaring evenaart van de beste klassieke Nero-verhalen?

Deel dit met je vrienden: