Lolita, leeslust van mijn leven

Van al mijn favoriete romans draagt Lolita veruit mijn voorkeur weg. Al meer dan twintig jaar. Ik heb het boek van Nabokov intussen minstens zes keer gelezen. Stilaan kan ik beginnen uitleggen waarom ik het zo goed vind.

Twintig jaar geleden was het niet zo’n probleem om Lolita de hemel van de wereldliteratuur in te prijzen. Dat kan vandaag nog altijd, daar niet van. Het boek blijft bovenaan in de lijsten van meesterwerken uit de 20ste eeuw staan, naast de Recherche van Proust, Musils De man zonder Eigenschappen en Ulysses van James Joyce.

Trigger warning

En toch… Wie vandaag de roman van Nabokov wil prijzen, moet eerst de mond spoelen. Lolita is het soort boek dat vandaag voor velen een serieuze trigger warning moet krijgen. Sommigen willen de verkoop ervan gewoon verbieden.

In Lolita is de verteller immers een pedofiel. Niet alleen maakt die de lezer in geuren en kleuren deelachtig aan hoe hij zijn gang kon gaan met een twaalfjarig meisje, hij vertelt over zijn verovering op zo’n manier dat je hem gaat bewonderen. Niet om wat hij doet, voor alle duidelijkheid, maar om de manier waarop hij zijn verderfelijke daden goedpraat.

Verleidelijke verteller

Nabokovs verteller – zijn naam is Humbert Humbert – is een mooiprater, maar niet van het holle soort. Hij is een specialist Franse literatuur, een libertijn in smaak en daden. De boeken die hij las, hebben hem ongetwijfeld gesterkt in zijn rekbare opvattingen over de liefde.

Humbert spreekt met een verleidingskracht die je pas als het te laat is doet beseffen dat je in dezelfde val bent getrapt als het kind dat hij portretteert als zijn enige, ware geliefde. Je schenkt hem je vertrouwen en je geloof: indien al niet in de feiten (een roman blijft een roman) dan minstens in gedachten.

Gevaarlijk boek

Een gevaarlijk boek dus? Zeer zeker. Veel gevaarlijker dan die romans van Proust, Musil en Joyce. Maar mede daarom is het zo verdomd goed. Het dwingt tot nadenken, roept discussie op. Het verplicht ons om op zinloze uitspraken (‘kunst of niet, pedofilie is pedofilie’) zinvolle reacties te formuleren.

Een paar maand geleden verscheen in de Verenigde Staten Lolita in the Afterlife, een verzameling essays over Nabokovs nog altijd goed verkopende roman. Wie op zoek is naar de zinvolle reacties waarover ik het juist had, kan in deze bundel het hart ophalen. Je krijgt in dit boek wat je van goede essays mag verwachten: nuance, verschillend perspectief en de durf om rechtuit te spreken.

Karakterdanseres

Lolita in the Afterlife is samengesteld door Jenny Minton Quigley, ex-uitgever bij Random House en dochter van Walter Minton, die in 1958 als baas van Putnam Lolita op de Amerikaanse markt bracht. Het boek was hem toegespeeld door een karakterdanseres die het uit Parijs had meegebracht.

Lolita verscheen oorspronkelijk in 1955, bij de Olympia Press van Maurice Girodias, een Franse uitgever die zich specialiseerde in erotiek en literaire porno. Nabokov had zijn manuscript aan verschillende Amerikaanse uitgevers aangeboden, maar die zagen de publicatie van het boek niet zitten: too risky in de McCarthy-jaren. ‘Ik wil niet naar de gevangenis’, liet een van hen de auteur in een afwijzingsbrief weten.

Minton zag drie jaar later wel brood in Lolita. Nabokovs boek was onder meer in Engeland, Frankrijk en Australië (ook bij ons, overigens) bij wet verboden, en moest volgens hem dus wel verkopen. Met een uitgekiende mediacampagne slaagde hij erin van Lolita een onmiddellijke bestseller te maken. In drie weken tijd werden er 100.000 exemplaren verkocht: enkel Margaret Mitchell deed het Nabokov met Gone with the wind voor.

The Lolita Express

Intussen staat de teller wereldwijd op 60 miljoen. Lolita zorgde ervoor dat Nabokov comfortabel van zijn pen kon gaan leven. En hij leverde in verschillende talen een nieuw woord: de koosnaam die Humbert Humbert voor zijn twaalfjarige vlam verzint (haar echte naam is Dolores), is sinds de jaren zestig een internationale soortnaam geworden. De meest perverse versie ervan is ongetwijfeld die in ‘The Lolita Express’, de naam die sommigen gaven aan het vliegtuig waarmee miljardair Jeffrey Epstein minderjarige meisjes naar de seksfeesten op zijn privé-eiland liet overbrengen.

Ook dat laatste wordt in Lolita in the Afterlife besproken. Het ‘na-leven’ gaat in deze bundel overwegend over het #MeToo-tijdperk, het tijdperk ook waarin de Kerk met een hele serie pedofilieschandalen te maken krijgt.

Vuig en vuil

Verschillende auteurs van Lolita in the Afterlife hebben zelf meegemaakt wat Lolita bij Nabokov ondergaat: mentale en fysieke terreur, trauma’s voor het leven. Een van hen is Alexander Chee, die met Edinburgh in 2001 een opvallende roman schreef over een jongen die misbruikt wordt door de dirigent van zijn koor.

Chee geeft aan waarom hij Lolita lange tijd niet wou lezen. Niet omdat hij bij het schrijven van zijn eigen roman niet al te zeer geïntimideerd wou worden door Nabokovs grandioze stijl, maar omdat wat hij over de roman hoorde en las hem met afschuw vervulde. Voor Chee was het een boek waarin over de vuigste en vuilste smerigheid geschreven wordt in een stijl die schoonheid nastreeft en, erger nog, die schoonheid ook bereikt.

Blinde vlek

Veel van de essays in Lolita in the Afterlife draaien rond die centrale paradox: zorgt Nabokovs wonderlijke proza er niet voor dat de lezer blind blijft voor Humberts immoraliteit? Belet de fascinerende en verleidelijke vertelling niet dat we Lolita nooit als slachtoffer zien?

We kennen Lolita alleen in de woorden en gedachten van haar misbruiker. We krijgen zo goed als geen indicaties over hoe zij zich voelt bij de obsessieve aandacht die haar pedofiele minnaar met liefde verwart.

Cancel culture

Ik zei het al: verschillende essays in deze bundel zijn geschreven door auteurs die zelf ooit een ‘Lolita’ zijn geweest. Ze kijken via Nabokovs roman terug op feiten die ze blijvend moeten verwerken. Geen van hen beweert dat het lezen van de roman daarbij helpt.

Wel wijzen ze op een pervers of minstens contraproductief effect bij diegenen die Nabokovs roman zouden willen cancelen. Want in Lolita wordt het meisje door Humbert zelf ook gecanceld, zeggen ze. Kunnen we net daarom dat boek dan niet beter wél gaan lezen? Om beter zicht te krijgen op de reële problematiek?

Lolita in Irak

Een van de sterkste, maar meest schrijnende bijdragen in Lolita the Afterlife is van de Irakese vrouwenrechtenactiviste Zainab Salbi. Haar boodschap: stop met zeuren over de immoraliteit van fictie, kijk naar de werkelijkheid.

Want in Irak bestaat er nog altijd zoiets als ‘het plezierhuwelijk’: mannen die zich overigens flink aan de religieuze regelgeving houden, kunnen op grond van de islamitische wet voor een korte periode (een paar uur, een paar dagen, een paar weken) ‘trouwen’ met jonge meisjes, en binnen dat ‘huwelijk’ dus ook seks hebben. De Koran, voegt Salbi er nog aan toe, geeft het voorbeeld van de Profeet die op zijn drieënvijftigste trouwt met een meisje van negen. Volgens het heilige boek was het echte liefde.

Mevrouw Nabokov

Wie Lolita wil lezen of herlezen, kan ik deze Lolita in the Afterlife van harte aanbevelen. Verschillende bijdragen nodigen de lezer uit tot een gezond wantrouwen tegenover de onbetrouwbare verteller die Humbert Humbert is. Sommige essays geven ook interessante achtergrond bij het ontstaan van Nabokovs boek.

Zo komen we bijvoorbeeld meer te weten over de belangrijke rol van Véra, Nabokovs echtgenote, bij de beslissing van Walter Minton om Lolita toch uit te geven. Véra was alles wat het twaalfjarige meisje uit de roman niet is: volwassen, zeer intelligent, een baken van autonomie.

De gedachte dat de man met wie ze getrouwd was ook maar iets van Humbert Humbert in zich had, was voor Minton absolute nonsens. Wie dat dacht, moest volgens Minton gewoon maar naar Nabokovs vrouw kijken. Met deze schrijver zat hij veilig, wist hij.

Lolita vandaag

In verschillende bijdragen aan Lolita in the Afterlife wordt de vraag gesteld of Nabokov zijn boek vandaag nog gepubliceerd zou kunnen krijgen. De hoofdredacteur van een vooraanstaande Britse uitgeverij is formeel: no way. Minstens de helft van de redactieraad zou met ontslag dreigen, zegt hij.

Hoe het komt dat het toen wel kon? ‘We zijn veel grotere moralisten dan zestig jaar geleden’, lees ik in van de vele sterke stukken in deze rijke bundel. En juist daarom moeten we dit boek blijven lezen, zeggen verschillende auteurs hier in koor.

Toen Nabokov begreep dat Walter Minton bereid was Lolita op de Amerikaanse markt te brengen, vroeg hij om contractueel te laten vastleggen dat de uitgever bereid was, indien nodig, het boek ‘in rechte te verdedigen, eventueel zelfs voor het Hooggerechtshof’.  Vooralsnog is dat niet nodig gebleken.

Deel dit met je vrienden: