Laat Paul Claes Amanda Gorman vertalen in het Latijn

Ja, de hele heisa over het vertalerscircus rond Amanda Gormans presidentiële poëzieperformance volstaat stilletjes aan wel. Het Engelstalige origineel is trouwens eenvoudig genoeg voor iedereen om te verstaan, ook al is een beetje Bijbelkennis meegenomen. En een best aardige Nederlandstalige vertaling door Katelijne De Vuyst is er trouwens al.

Maar toch is het opvallend dat toen nergens de naam van Paul Claes, dé Nederlandstalige topvertaler van poëzie, gevallen is. Sterker nog: ik durf te suggereren dat Claes pas echt een huzarenstukje zou kunnen maken van dit Amerikaanse humanitair-expressionistische gedicht door Gormans The hill we climb in het Latijn te vertalen. En daardoor globaal beschikbaar te maken zonder meer. Afijn, mits een bescheiden vertalersvergoeding natuurlijk.

Guido Cumpanio

De nu 77-jarige Claes waagde zich bij voorkeur aan de moeilijkste, zeg maar gerust: meest hermetische poëzie. Zijn vertaling en commentaar bij The waste land van T.S. Eliot is legendarisch geworden. Hij zette zich ook, samen met spitsbroeder Mon Nys, aan het vertalen van Ulysses van James Joyce. Minder gekend zijn echter zijn Latijnse vertalingen van bekende gedichten uit de wereldliteratuur én de eigen Latijnse gedichten.

Metamorphoses heet de bundel die in 1991 bij de gespecialiseerde uitgever Ben Hosman verscheen en waarin hij onder andere Latijnse vertalingen van  Shakesperius, Vondelius, Goethius, Guido Cumpanio, Hoelderlinus, Nervalius en Rimbaldus serveert. Zo presenteert hij van Guido Cumpanio alias Guido Gezelle een Latijnse versie van diens ‘Tranen’-gedicht waarin de beruchte Belgische ‘zever’ of motregen bezongen wordt, zoals alleen Gezelle dat kan. Het tweede couplet gaat als volgt:

‘t En regent niet,
maar ‘t zeevert … van die
fijngezichte, natte
schiervatbaarheid,
die stof gelijkt, en
wolke en wulle en watte.

Paulus Nicolaus

In het Latijn van Paulus Nicolaus — Romeinse nom de plume van Paul Claes dus — klinkt dit even welluidend, zij het iets compacter:

Non pluit, sed salivat
quasi tactilis temptanti
humiditas, par pulveri et
pelli palpitanti.

Duivelskunstenaar Claes bracht dit larmoyante klankgedicht van Gezelle trouwens eveneens in het Frans, samen met 26 andere gedichten van de meester. La Fleur uit 2011 is ook zo’n collector’s item verspreid via een kleinschalige private press. In dit geval door Via Libra. Claes wou er zich meten met andere bekende Franstalige Belgische vertalers van Guido Gezelle, zoals Michel Seuphor en Liliane Wouters. Claes slaagt er con brio in om het West-Vlaamse taaleigen van Gezelle ook in het Frans à la Verlaine te laten zingen:

Il ne pleut pas
mais il bavote …
bruine délicate,
poussiéreuse et
presque palpable
de duvet, d’ouate.

En voor wie niet genoeg kan krijgen van Gezelle: Claes bracht ook nog meesterlijke pastiches in de trant van bekende Nederlandstalige coryfeeën. Gezelle, bekend om zijn stuwende natuurlyriek, kon natuurlijk niet ontbreken in de speelse imitaties die Claes er van maakte. Claes pasticheerde niet Gezelles vogelgedichten, maar concentreerde zich op diens niet aflatende aandacht voor insekten. Claes’ ‘Lumbricus terrestris’ (aardworm) heeft iets van Gezelles ‘Het schrijverke’ met het overbekende ‘O krinklende winklende waterding, / met ‘t zwarte kabotseken aan’ maar ook van ‘De slekke’ dat begint met de depressieve aanroeping ‘Wacharme! En ik ben uitgekropen!’

Bij Claes klinkt het begin van zijn Gezelliaans regenwormgedicht als volgt:

Hoe gaat en graaft gij mij deur de eerde,
hoe glibberglimpt gij langs den grond!
Gij gaat of kluit’ noch klont u deerde,
gij gaat, en staat niet éénen stond!

Homo Infernalis

Kortom, Claes beschikt niet alleen over een fabuleus metier als vertaler van de meest diverse literaire hoogstandjes maar heeft ook de empathie om zich in te leven in het dichterlijke taaleigen van wie hij vertaalt. Dat bewijzen deze pastiches en ook zijn vertalingen in het Latijn.

Waarop wacht uitgeverij Meulenhoff nog om Claes te contacteren voor die Latijnse vertaling van Gormans The hill we climb? Collem quem ascendimus. Een kolfje naar de hand van Paulus Nicolaus. Zeg dat Franciscus Homo Infernalis het gezegd heeft.

Deel dit met je vrienden: