Kloosterzusters tijdens de oorlog: een onontgonnen terrein

Juist voor de Duitse invasie van mei 1940 leefden en werkten er zo’n vijftigduizend vrouwelijke religieuzen in Belgische kloosters. Heel wat kloosterzusters vervulden een belangrijke maatschappelijke functie, vooral dan in het onderwijs en de zorg. Toch vergleden ze veelal naar de achtergrond in wat toen een haast uitsluitend mannenbastion was.

Een team historici (Kristien Suenens, Ria Christens, An Vandenberghe en Roeland Hermans) van het KADOC in Leuven onderzocht nu voor het eerst hun rol onmiddellijk voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het resultaat is verbluffend en bezorgt ons een complex beeld van het leven van de kloosterzusters tijdens de donkere jaren van de bezetting.

Parachutisten in aantocht

Minstens twee Belgische kloosterzusters vonden de dood omdat ze aanzien werden als Duitse parachutisten vermomd als nonnen. Zij waren het slachtoffer van een massahysterie die ervoor waarschuwde, dat heel wat Duitse spionnen rondliepen in priester- en nonnenkledij. In mei 1940 sloegen ook heel wat kloostergemeenschappen op de vlucht voor wat komen zou. Sommigen raakten amper enkele kilometers verder en keerden dan terug naar hun klooster. Anderen maakten zich verdienstelijk als verpleegster in noodhospitalen. Of zorgden voor onder meer achtergelaten weeskinderen.

Eenmaal de Duitse bezetting een feit was, hadden heel wat kloosters af te rekenen met opeisingen en in beslagnames. Ze konden vaak maar een deel van hun klooster voor zichzelf behouden. De pechvogels — wat gelukkig tamelijk zelden voorkwam — zagen hun gebouwen veranderd in kazernes of lazaretten en dienden elders onderdak te zoeken.

Er waren ook kloostergemeenschappen die gedurende de hele bezetting niet een Duitse soldaat over de vloer kregen, en hun leven van contemplatie, gebed, werken en vooral ook nederigheid en onderdanigheid gewoon verder konden zetten.

Berisping of overplaatsing

Maar de meeste vrouwelijk religieuzen werden wel degelijk met de bezetting geconfronteerd, aldus de auteurs van het boek. Binnen de kloosters werd nooit over politiek gesproken. Er werd een strikte hiërarchie in acht genomen waaraan elk kloosterlid zich kritiekloos diende te onderwerpen.

In de kloosterarchieven werden er weliswaar sporen teruggevonden van oprispingen, van spanningen met zusters die uit collaboratiefamilies kwamen, maar deze werden meteen in de kiem gesmoord. De betrokken zusters kregen van moederoverste een berisping en in het ergste geval vond er een overplaatsing naar een ander klooster in Wallonië of Vlaanderen plaats.

Strikte neutraliteit

Dat gold zeker ook voor zusters die met de buitenwereld in contact kwamen en bijvoorbeeld in het onderwijs of in de gezondheidszorg tewerkgesteld waren. De kloosterzusters die onderricht gaven, dienden er op toe te zien dat ze een strikte neutraliteit handhaafden. Een eigen politieke gezindheid diende achterwege te blijven. Nu was dat niet bepaald in alle omstandigheden eenvouding.

Zo wordt het voorbeeld gegeven van een zuster uit Heist-op-den-Berg die een opstel las van een van haar leerlingen. Goed en vlot geschreven maar het was een vurige lofzang op de Duitse overwinning. Ze raadpleegde hiervoor haar overste, die haar aanraadde het opstel te beoordelen op de stijl en niet op de inhoud. De leerlinge in kwestie kreeg voor haar werk een zeer goede beoordeling.

Nu moet het lukken dat tijdens de repressie het verzet bij deze collaboratiefamilie huiszoeking deed, en het opstel vond. De zuster diende zich voor haar gunstige beoordeling te verantwoorden maar werd door haar overste loyaal de hand boven het hoofd gehouden.

Geallieerde piloten

Een aantal nonnen onderscheidde zich door humanitaire hulp te verlenen. Een resem kloosters die verbonden waren aan een school of een tehuis voor weeskinderen namen tijdens de bezetting joodse kinderen op, die zich volledig dienden te assimileren en zo de oorlog overleefden. Dikwijls vonden er na de bevrijding pakkende drama’s plaats. De kinderen hadden de oorlog overleefd, maar hun ouders niet altijd.

Ook vond het omgekeerde plaats. Tijdens de repressie vonden kinderen van zwarten een toevlucht in menig klooster. Andere dan weer smeten de deur dicht. Bij wijze van uitzondering vonden ook hun moeders voor een poos een veilige schuilplaats in een klooster.

Sommige kloosters namen ook neergehaalde geallieerde piloten of verzetslui op en verborgen ze. Indien ze gewond waren, werden ze verzorgd. Voor alle veiligheid waren telkens maar enkele zusters hiervan op de hoogte.

Varkens kweken

Een aantal kloosterzusters ontwikkelden zich tot handige smokkelaarsters. In hun habijt naaiden ze verborgen zakken om het voedsel dat ze illegaal transporteerden, in weg te stoppen. Heel wat kloostercomplexen bezaten ook een eigen boerderij waar onder meer groenten en allerlei andere gewassen verbouwd werden. Ook hield men er kippen, geiten en varkens. Net als de boeren dat deden, fraudeerden de zusters waar ze maar konden en werd menig varken in het zwart vetgemest.

Zo bevat het vlot leesbare boek talrijke voorbeelden met hoeveel vindingrijkdom vele kloosterzusters te werk gingen en de oorlog doorstonden. Daarbij werd de naastenliefde nooit uit het oog verloren.

Het boek is een waardevolle bijdrage tot de geschiedschrijving van het leven onder de Tweede Wereldoorlog, en biedt ons een unieke en boeiende kijk op het leven van de kloosterzusters. Het boek bevat een reeks nooit eerder gepubliceerde foto’s.

0
    0
    Jouw winkelmand
    Jouw winkelmand is leegTerug naar de winkel

    Bedankt!

    Je link is opgenomen. Hartelijk dank. We bekijken en plaatsen die zo snel mogelijk. Klik ‘Nog een link ingeven’ om een nieuwe link in te geven of klik op Terug om terug te gaan naar de vorige pagina.