Hoe ook meer ‘ecomodernisme‘ despotisch kan zijn

‘Meer’ is de oplossing voor de grootste problemen van de wereld: meer technologie, meer wetenschap, meer overheid, meer voedsel, meer ontwikkelingshulp. De klimaatproblemen verdwijnen, armoede verdwijnt, mensen worden gelukkiger en gezonder. Of toch, dat is in het kort het uitgangspunt van Meer – Hoe overvloed de wereld juist duurzamer en welvarender maakt, geschreven door enkele ecomodernisten, waaronder Maarten Boudry.

Simplistische ideologie

Op een aantal punten brengen ze een nuttige stem in het debat. Zeker als ze zich verzetten tegen het groene doemdenken. Maar al te vaak vergalopperen ze zich in eenzijdigheid en zelfs tegenstrijdigheid – zeker als ze conservatieven bekritiseren zonder al te veel kennis. Meer kan nuttig zijn maar blijkt als ideologie nogal simplistisch. Bovendien is het een pleidooi voor (veel) meer overheidsingrijpen, waar burgers in de pas moeten lopen om dat ‘meer’ op een correcte manier te bekomen. Dat lijkt mij ronduit gevaarlijk.

‘Meer technologie’ is ook voor de klimaatproblematiek de oplossing, aldus het boek. Akkoord, meer nucleaire energie leidt alvast tot minder CO2-uitstoot. De auteurs stellen ook correct dat elektriciteit uit wind en zon weinig effectief is. Maar dan bejubelen ze de batterij, en vergeten dat de elektrische wagen nog steeds enorm sukkelt om eerlijk te concurreren met de verbrandingsmotor.

Elektrische wagens zijn hoogst ontploffingsgevaarlijk en vervuilend. De gekende nadelen zullen de batterij nog een hele tijd achtervolgen, vrees ik. Het boek wordt echter sinister als het langs zijn neus weg de blinde overheidsmaatregelen verdedigt die de auto-industrie steeds harder verplichten om over te schakelen naar elektrisch.

‘Meer liefdadigheid’ dan is de prijzenswaardige stelling die Boudry verdedigt om armoede en andere problemen de wereld uit te helpen. Spijtig genoeg bespreekt hij niet hoe bepaalde ontwikkelingsorganisaties zich zeer anti-technologisch opstellen, bijvoorbeeld door uitsluitend projecten te steunen die inzetten op elektriciteit uit zon en wind. Boudry stelt wel een systeem voor om de meest kostenefficiënte investeringen te vinden om het aantal kwaliteitsjaren van de mensheid te verlengen, waarvoor initiatieven als GiveWell kunnen helpen.

Zelf prefereer ik te focussen op doelen dicht bij mijn leefwereld, zoals christenen in het Midden-Oosten. Waarschijnlijk is die hulp niet zo efficiënt als we de gewonnen levensjaren uitrekenen. Ik zou er ook wel wat over hebben om bijvoorbeeld kappers en café-uitbaters tijdens de Corona-crisis te helpen.

Traditie of meer overheid?

Op een aantal andere onderwerpen spreken verschillende hoofdstukken elkaar tegen. Waar het éne hoofdstuk het industriële witte brood bejubelt omwille van zijn lage prijs, waardoor ook arme mensen meer kunnen eten, beweert het andere dat wit brood toch niet zo gezond is.

Beide beweringen zijn uiteraard correct, maar als je een maatschappelijke visie wil ontwikkelen moet je de complexe waarheid eerst erkennen, en tradities (zoals traditioneel brood) doen dat vaak wel. Nog een ander hoofdstuk bekritiseert Franse gezinnen die hun kinderen netjes leren eten op restaurant, aangezien ze hierdoor ongelukkiger worden… Dat is tegenstrijdig met het laatste hoofdstuk, een pleidooi om de mensen meer wil betuttelen, hen meer helpen om het goede eten te kiezen, want deze Franse kinderen zullen beter leren omgaan met voedsel. Maar ook dat is eerder een conservatieve kritiek.

De auteurs van Meer willen ‘meer overheid’, uiteraard gebaseerd op ‘meer wetenschap’. Ze willen een sterkere overheid die ons duidelijker zegt wat geluk brengt en wat niet, wat er gezond is en wat niet, en die ons daarbij met verschillende manieren toe aanzet. De overheid doet dat echter al decennialang voor voeding en faalt daarin gruwelijk. Meer overheid die zich meer mengt in wetenschap kan leiden tot minderwaardige wetenschap en een falende overheid. ‘Meer overheid’ is als een slang die in zijn eigen staart bijt en zo tot de conclusie komt dat er nog meer overheid nodig is. Een technocratendroom.

Meer of de juiste maat?

Toen ik het boek voor het eerst in mijn handen nam, moest ik meteen denken aan het werk De onzichtbare maat van Andreas Kinneging. Het lezen voedde deze indruk nog verder. Kinneging pleit niet voor ‘meer’ maar voor ‘de juiste maat’. Hij geeft fundamentele kritiek op enerzijds het romantische, ecologistische ‘minder’; en anderzijds op het ‘meer’ van de Verlichting. Hoewel Kinneging daarbij een zeer strakke definitie geeft van de Verlichting, misschien wat te strak, past het boek ‘Meer’ daar wel goeddeels in. Kinneging trekt dan ook voornamelijk van leer tegen zeg maar de antitraditionalistische Verlichting – Meer is zeer antitraditionalistisch.

Zo stelt de hoofdauteur van Meer, Hidde Boersma: ‘Het zijn plannen die stevig ingrijpen in de levens van mensen, en ze moeten daarom minstens een generatie kosten om uit te voeren… Met de hervormingen van het gemeenschappelijke landbouwbeleid in 2020 kan de Europese Unie, met een beetje lef, hier flinke stappen in nemen.’ De EU en lef in dezelfde zin vermelden getuigt toch wel van politieke goedgelovigheid. Bovendien, een overheid die nog meer mag ingrijpen in eigendomsrechten is een recept voor tirannie.

Ook Kinneging bespreekt hoe dit soort Verlichting tot tirannie kan leiden. Spijtig, want het originele pleidooi van diezelfde auteur voor een stevige bevolkingsgroei in arme, onderontwikkelde regio’s in de wereld vormt de sterkste passage van het hele boek.

Verlichting of conservatisme

Het begint overigens al in de inleiding, waar ze de Verlichting bejubelen in contrast met de achterlijke middeleeuwen. Zoals Seb Falk in zijn recente boek De verlichte middeleeuwen stelt, getuigt het van een historische naïviteit om de geschiedenis van middeleeuwen tot moderniteit als een discontinuïteit te zien. Ook in de vroegere middeleeuwen deed men al aan wetenschap. Ook vandaag, conservatieven zijn niet tegen technologie, wetenschap of liefdadigheid. Ze willen wel dat niet overheden, maar actieve burgers hier de hoofdrol in spelen. En ze vinden tradities zoals eigendomsrecht zeer belangrijk.

De wereld is te complex, er zijn te veel tegenstrijdigheden in de wereld om opgelost te worden met simplistische antwoorden als ‘meer’, ‘meer overheid’, ‘meer eten’, ‘meer geluk’ en zelfs ‘meer wetenschap’. Te veel overheid leidt tot tirannie, te veel eten leidt tot ongezond eten, te veel nadruk op geluk leidt tot verwennerij en eenzijdigheid, en te veel wetenschap vermengd in het overheidsbeleid leidt zelfs tot pseudowetenschap. Want wetenschap is van nature voorzichtig en grillig, ook als bepaalde ecomodernisten met een gebrek aan oeroude deugden zoals ‘behoedzaamheid’ het omgekeerde beweren.

Vergelijk met het veel evenwichtigere boek Ecomodernisme, met overigens enkele gemeenschappelijke auteurs: daar werd nooit voluit de kaart van de overheid of de anti-traditionalistische Verlichting getrokken. Toch hebben zeker de armere landen van de wereld wel recht op ‘meer’, want zij komen van ‘veel te weinig’. Ook zal de menselijke creativiteit, die onuitputtelijke grondstof, altijd voor meer verbeteringen zorgen. Een niet-ideologische ‘meer’ is dus zeker wenselijk.

Kortom, de auteurs van ‘Meer’ klagen terecht de nadelen van de groene Minder-Utopie aan, maar ik betwijfel of hun voorgestelde Meer-Utopie zoveel beter is.

Deel dit met je vrienden: