Het Paradijs van de Middelmaat

Een volk dat meer dan zes miljoen leden telde van de crapuleuze NSDAP, doordrongen was in huis, haard en bed van rassenhaat, hoogmoed, wraakzucht, twaalf jaar geleid werd door delinquente mannen waaronder uniformgekken, moordenaars en heidenen, kan dat volk tien jaar na het einde van dat terreurregime, breed gesteund, een paradijs van de middelmaat zijn?

Een omslag als geen ander

Die wending maakte Duitsland na 1945. Welke wandaden moesten daarvoor verdrongen worden? Hoe keer je om van een totalitaire staat, gesticht in 1933 en verslagen in 1945, tot een traditionele democratie in de westelijke helft en tot een ‘volksdemocratie’ in de oostelijke helft? Het vlot geschreven en rijkelijk van foto’s voorziene boek Wolfstijd, Duitsland en de Duitsers 1945-1955 van Harald Jähner zoekt een antwoord op die kernvraag en brengt verstandige inzichten.

In de nieuwjaarslijsten van beste boeken staat het werk ook in Vlaanderen bovenaan. Dat is nogal raar, want de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen, hebben geleid tot volle bibliotheken en miljarden woorden. Kan er aan die piramide van bespiegelingen iets toegevoegd worden? Klaarblijkelijk wel, zie naar het succes van Jähner, een oudgediende van de literaire rubriek van de Frankfurter Allgemeine Zeitung en ex-hoofdredacteur (2003-2015) van de Berliner Zeitung.

Buiten de belangstelling voor de Stunde Null van 1945 kan meespelen een onbewuste drang om weer meer te vernemen over Duitsland. Na het vertrek van de Britten uit de EU is het sterker dan ooit de voorhoede van de 27 leden.

Massale verdringing

De Duitsers hebben na 1945 een verdringingsprestatie geleverd waarvan hun kinderen en de kleinkinderen maximaal hebben geprofiteerd. Het is, aldus de goed gegrondveste stelling van Jähner, een groter mirakel dan het Wirtschaftswunder, dat uit het Duitsland van Hitler en de door hem en zijn ideeën en toespraken miljoenen gebiologeerde mannen en vrouwen, een van het nationaalsocialisme gezuiverde samenleving is kunnen ontstaan. En dat ondanks de snelle terugkeer op hun oude posten, in de beide Duitse staten, van sommige nazi-prominenten.

De meerderheid van de Duitsers heeft de schuld aan de misdaden van de nazi’s hoogmoedig kunnen afwijzen. Ze dompelden zich vanaf 1945 massaal onder in een zwijgcultuur als slachtoffer, en dus niet als deelnemer, sympathisant, pilaar van een regime van moorddadig plebs. Wolfstijd is lectuur voor de duizenden Vlamingen met collaborateurs in de familie die door het verzwijgen van hun verleden en de wrok om het mislukken van hun Duitse idool, hier naoorlogse generaties, en de Vlaamse Beweging, besmet hebben. Ook bij de collabo’s was verdringing de mechaniek en zij waren de schuldloze slachtoffers van het onland België.

De collectieve afspraak van de meeste Duitsers en hun buitenlandse trawanten om zichzelf als slachtoffer van Hitler te beschouwen is tegenover de miljoenen vermoorde mensen een onverteerbare aanmatiging, aldus Jähner. De Bondsrepubliek en de DDR konden slechts functioneren bij de gratie van een psychologische vlucht voor de werkelijkheid, die culmineerde in de lezing dat de Duitsers in 1945 bevrijd werden van een Satan. Neen, zij deden met volle overgave mee aan het satanisme van de Gestapo, de Hitlerjugend, de SS, de concentratiekampen, de politieke moorden en de uitroeiing van joden, homo’s, zigeuners en andere Untermenschen.

Gerichte ondersteuning van de CIA

Jähner hakt in het zelfbeeld van de oorlogsgeneratie. Rustig, diepgravend, met inleving, wat past voor de jaren 1945-1955. Er waren na de oorlog in Europa maar weinig schrijvers, dichters, kunstenaars, historici, natuurwetenschappers en critici, en dat zeker in Duitsland, die niet op enigerlei wijze betrokken waren bij het brede en geheime project van de CIA om vooral linkse intellectuelen die fervent tegen het stalinisme gekant waren, gericht te ondersteunen. Dat gebeurde langs subsidies via uitgeverijen en stichtingen als dekmantel.

Onder de sluiks geholpen intellectuelen zat de crème van de naoorlogse Duitse schrijvers, met als bekendste Heinrich Böll. De CIA was de gangmaker, onder meer met schilder Jackson Pollock en diens school, van de abstracte kunst aan de Rijn. Smullen is het voor samenzweringstheoretici.

Op de cover van Jähners boek verschijnt een iconisch beeld. Een oudere man met een mandje stapt door een straat met links en rechts ruïnes. Door zijn rijbroek en laarzen heeft hij iets van een ritmeester  Een lid van het Herrenvolk op zijn retour. Puin was hét beeld van 1945. Het Berlijnse puin, naar schatting 55 miljoen kubieke meter, was in gedachten goed voor een muur van 30 meter breed en 5 meter hoog van Berlijn tot Keulen. Berlijn telde op het hoogtepunt 26.000 Trümmerfrauen, dames die de ingestorte stad opruimden met emmers en handkarren. Ook dat vindt u terug in Wolfstijd. Echter vooral een steekhoudende duiding van de snelle overgang van de oorlogsverslaafden van het Dritte Reich naar de makke kleinburgers van de Bondsrepubliek en de DDR.

Deel dit met je vrienden: