Geslaagde proefrit met ‘Brommer op zee’

Het geschreven woord en het tv-scherm kennen een moeilijke verhouding, zeker als je bedenkt dat je in wezen een programma maakt voor een publiek dat niet graag televisie kijkt. Kraakt Brommer op zee (Canvas/VPRO) de code van een goed boekenprogramma?

Ik had de kreet ‘dat we dit nog mogen meemaken’ al klaarliggen voor acht mei, voorlopig nog steeds de dag waarop de caféterrassen (mits slag om de arm) weer open mogen, maar ik haal haar nu wat vroeger van stal. Hoera, opnieuw een volwaardig boekenprogramma op de openbare omroep. Alles is nog niet verloren, denk ik bij het bekijken van de eerste Brommer op zee. Er is nog hoop, ondanks dit tijdsgewricht waarin het bezigen van een verzorgde taal intussen ook alweer verdacht en elitair wordt bevonden en auteurs poneren dat ach, die spelling weetjewel, er ook niet meer zo toe doet.

Hommage en beginselverklaring

Brommer op zee, dus. Een verwijzing naar een verhaal van J.M.A Biesheuvel, waarin de jonge zeeman Isaäc op een nacht, turend over de eindeloze zee, een man opmerkt die met een brommer over het water rijdt. De motorrijder klimt doodgemoedereerd aan boord, laat zich te eten brengen, legt zonder verpinken uit dat met de brommer over zee rijden een kwestie van oefenen is en vertrekt weer. Natuurlijk is er daags nadien niemand die Isaäc gelooft en het voorval bevestigt zijn rol als buitenstaander, misschien wel als gek aan boord. Die titel kiezen als naam voor je boekenprogramma is een mooie hommage aan de in 2020 overleden Biesheuvel, maar heeft ook iets van een beginselverklaring. Boeken op de televisie, beeld over woord, het heeft iets ongerijmds, absurds. God weet dat het allesbehalve evident is om de tv-omroep warm te maken voor het boek op de televisie. Als het er dan toch komt, wrijf je je even in de ogen om te zien of je niet droomt.

De moeilijkheid is natuurlijk dat je zo’n programma maakt voor een publiek dat het vaak chic vindt geen televisie te kijken. Of dat erg hoge verwachtingen koestert van het  boekenprogramma waar het zo lang naar dorst. Verwachtingen die, u raadt het al, natuurlijk nooit helemaal kunnen worden ingevuld. Jarenlang bestaat op Facebook een groep met als weinig wervende titel ‘Ikwileengoedboekenprogrammaopdevlaamsetv‘. De groep werd opgericht in 2015 en ik ben alweer vergeten ter ere van welk programma de initiatiefnemers toen misnoegd naar Facebook togen. Was het Iets met boeken, het Leyers-vehikel waarvan de futloze titel volstond om je op zondag bij het televisietoestel weg te houden, of een van de latere pogingen? (Waarbij gezegd zij dat Winteruur met Wim Helsen er zeker mag wezen.) De groep lijkt zes jaar zijn ontstaan zijn hoop te hebben gevestigd op Boekenfoyer van Eclips-TV.

Enfin, terug naar vandaag. Benieuwd of Brommer op zee potten breekt. Het is niet omdat het genre van het boekenprogramma zo moet vechten voor zijn plekje in de programmatie, dat je uit een soort van solidariteit met de geteisterde, ondergeschoven literatuur dan maar in godsnaam het gebodene zonder meer goed hebt te vinden, toch?

Vliegende start

De intro van het programma doet een beetje denken aan die van Alles kan beter. Net als bij het legendarische parodieprogramma van Mark Uytterhoeven lijkt het alsof presentatrice Ruth Joos en haar VPRO-evenknie Wilfried de Jong uitzenden vanuit een ondergrondse spelonk van het VRT-gebouw. De bric-à-brac van het decor doet een beetje denken aan een geïmproviseerd telewerkkantoor in een tweekamerappartement. Alleszins inventiever dan een boekenkast als achtergrond.

Joos en de Jong doen niet aan uitweiden over het hoe en waarom van dit programma, ze vliegen er meteen in met een rondje ‘wat heb jij onlangs nog gelezen?’ rond een sécrétaire die product-placement-gewijs vol boeken is gestapeld. Passeren de revue: Sylvain Tessons De Sneeuwpanter, Annie Ernaux’ De Jaren en Boem Paukeslag van Matthijs De Ridder. (Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers ligt prominent in beeld.)

Vrij bruusk stappen beide presentatoren vervolgens het decor in, waar aan een coronaproof interviewtafel Josse De Pauw wacht. Joos neemt het voortouw in het interview met de schrijver/acteur en er ontspint zich een aangenaam livegesprek, genre waarop Joos, veterane van vele boekvoorstellingen, een patent heeft. De Jong mag met zijn bijvragen proberen een vleugje Zomergasten-diepgang te geven. Een routine waarin De Pauw met verve de schrijver speelt, met zorgvuldig gewikte woorden en een gedragen timbre. De volgende praatgast, debutante Sofie Lakmaker, lijkt iets meer op haar qui-vive wanneer haar autobiografische Geschiedenis van mijn seksualiteit ter sprake komt, wat charmantere televisie oplevert. En door haar samen met De Pauw op te voeren, zijn alle evenwichten netjes gerespecteerd: oudere witte Vlaamse man tegenover jonge, multi-etnische, genderbevragende Nederlandse.

Intermezzo

De twee auteursinterviews vormen het inhoudelijke zwaartepunt van de uitzending. Om het format enigszins open te breken, wordt Lakmaker vervolgens geconfronteerd met drie leden van de ‘Brommer op zee’-leesclub, waar geïnteresseerde kijkers uit de Lage Landen lid van kunnen worden. Het levert een ongemakkelijk gesprekje op tussen de drie lezers, waarvan er eentje grof toegeeft dat ze eigenlijk niet zo veel leest en de auteur, die bijna knie aan knie met deze pseudocriticasters een vriendelijk antwoord moet zien te vinden.

Temidden van dit alles zit Nelleke Noordervliet in een soort glazen kerker te schrijven. Op een voorzet van De Jong moet ze tegen het einde van de aflevering een kort verhaal klaar hebben om voor te lezen. Noordervliet levert een trefzekere herinnering af aan haar overleden vader. Petje af, maar het opzet doet mij net te veel denken aan een kookprogramma waarin tegen de klok een taart moet worden gebakken.

Ruimte voor reportage

Misschien zou een vleugje reportage dit programma deugd doen, al besef ik dat het niet evident is om dat in coronatijden rond te krijgen.

In de krochten van YouTube vind je hier en daar nog flarden van de literaire reportages van reporters als Martin Coenen. Op stap met Bukowski in L.A. Of in Antwerpen, met J.M.H. Berckmans ten tijde van Het Zomert in Barakstad. Een kantelmoment in Berckmans’ bestaan. Met Café De Raaf nog steeds gesloten en Het zomert in Barakstad had hij weliswaar de deur naar de literaire erkenning enigszins opengewrikt — hoeveel schrijvers zouden geen arm en been hebben overgehad voor een plaastje op dezelfde affiche als Hugo Claus en Gerard Reve — maar de reportage eindigt even goed in treurnis en manie aan de toog van café De Raaf.

Of voor de Brouwersfans onder ons: wie een (zwart-wit)beeld wil krijgen van het leven in de Rijmenamse bossen, vindt op het YouTubekanaal van de VRT nog een fragment van Vergeet niet te lezen waarin Brouwers geïnterviewd wordt over de novelle Zonder trommels en trompetten, dat wil zeggen: Brouwers beaamt cameraschuw en nerveus wat interviewer en literatuurvorser Paul De Wispelaere voor diepzinnigs te zeggen heeft over de novelle. Wij komen van ver, meneer! Joos en De Jong laten hun gasten tenminste pràten, en als het gesprek dan al eens begint te klotsen, ach, op zee mag zoiets.

Misschien moeten Joos en De Jong maar eens samen de brommer op en de auteurs te velde gaan opzoeken. Maar voor een eerste toertje was deze Brommer op zee zeker te pruimen. Vermoedelijk raken beide presentatoren, beiden toch geen beginners meer, gaandeweg nog beter op elkaar ingespeeld en krijg het programma wat meer flow. Nog een beetje prutsen aan de carburateur, de tweetaktbenzine nog wat beter mengen, en de brommer rijdt als een zonnetje. Ik ben alvast benieuwd naar de volgende aflevering.

.embed-container { position: relative; padding-bottom: 56.25%; height: 0; overflow: hidden; max-width: 100%; } .embed-container iframe, .embed-container object, .embed-container embed { position: absolute; top: 0; left: 0; width: 100%; height: 100%; }

 

Deel dit met je vrienden: