Europees aanmodderen

Aanmodderen. Of voortmodderen. Er is allicht een nuanceverschil. Het ene werkwoord klinkt al minder uitgesproken negatief dan het andere. Volgens Caroline De Gruyter is voortmodderen het motto van zowel de Oostenrijkse Habsburgmonarchie als van de Europese Unie. Ook slordigheid, gekluns, halfbakken compromissen en nonchalance noemt de Nederlandse EU-journaliste kenmerken van de Dubbelmonarchie. En van de EU. Is dat de gelijkenis?

Vergelijking

De Gruyter woonde (onder andere) in Brussel en Wenen en doorkruiste heel Europa om met getuigen, opiniemakers en historici te praten over Habsburg. De laatste vorsten van de 1000 jaar oude dynastie die sinds 1869 die over de Dubbelmonarchie heersten trokken haar aandacht, net doordat ze de Europese Unie bestudeerde.

Vooral het einde van de 19de eeuw (min of meer van de omvorming van het Habsburgse rijk in de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije) tot het einde (na de Eerste Wereldoorlog) vormt de Donaumonarchie het ijkpunt van haar boek Beter wordt het niet. Een gedurfde comparatieve studie van cultuur, politiek en instellingen van zowel Oostenrijk als de hedendaagse EU. Maar laat het dure woord ‘comparatief’ vooral niet afschrikken. Het is een manier om het oude Habsburgse rijk nog eens voor het voetlicht te halen. De populaire heruitgaven van het werk van Joseph Roth, Robert Musil (kakanië!) of Stefan Zweig tonen aan dat er minstens in het Nederlandse taalgebied interesse is voor de Habsburgers en hun Kaiser- und Königreich. Voor De Gruyter biedt de EU — die ze al jarenlang van nabij volgt — een extra kapstok en vergrootglas daarvoor. Een alibi, zeg maar. Maar dan wel in twee richtingen.

Souplesse

Oostenrijk was alles behalve een strak geleide staat in de 19de eeuw. Maria Theresia en de in de geschiedenisboekjes tot verlichte despoot benoemde Jozef II, dát waren centrale vorsten. Maar om het grote conglomeraat in Midden-Europa te doen overleven, was net alles behalve een strakke hand nodig. Souplesse, flexibiliteit, respect voor de vele lokale en regionale talen en identiteiten, waren het belangrijkst. In Oostenrijk was de ambtenarij sterk en het leger zwak. Iedereen tevreden. En niet het minst keizer Frans Jozef.

Daarmee is al een eerste vergelijkingspunt aangesneden tussen Habsburg en de hedendaagse EU. En er zijn er nog. De Gruyter publiceerde er in 2016 een artikel over in Carnegie, dat prompt werd overgenomen door Karl, de huidige pater familias van de circa 600 Habsburgers die er nog op de planeet rondlopen. Hun titels en regalia raakten ze kwijt met het einde van de Groote Oorlog en het opdoeken van de Donaumonarchie. Maar ze gedragen zich nog als de grootste ‘prinselijke’ adel van het Oude Continent.

Karl had erin bestaan op een lezing voor een beperkt publiek zijn vergelijking te maken tussen het rijk van zijn grootvader — de laatste keizer heette ook Karl — en dat van Charles Michel en co. Blijkt dat ie iets meer dan leentjebuur speelde en de analyse van De Gruyter schaamteloos kopieerde — een sorry kwam er nooit, noblesse oblige. Als die Karl dat mag, dan deze ook. Want het is het boeiendste deel van het boek.

Habsburg-EU: 0-0

De gelijkenissen? Een grote interne markt, economische cohesie, goede transportmogelijkheden, meerdere talen en culturen onder één dak, complexe bestuursstructuren met een bureaucratie met veel ambtenaren en dito regels (met weinig ruimte voor discussie of interpretatie), een overkoepelend orgaan dat vrede verzekert, een gebrek aan visie wat buitenlandpolitiek betreft, een zwakke defensie, een juristocratie… En… het steevaste aanmodderen, positief vertaald als ‘kleine stapjes zetten’ (dixit Oostenrijks premier Sebastian Kurz), ‘relevante oplossingen bieden voor nieuwe problemen’ — al gebeurt dat traag en zijn de oplossingen vaak ‘halfbakken’, getypeerd door een gebrek aan idealisme en voortvarendheid.

Het einde van het Habsburgse rijk wordt in de traditionele geschiedenisboekjes toegeschreven aan de minderheden en nationaliteit die vanonder de Oostenrijkse of Hongaarse paraplu wilden ontsnappen. Daarin voelden ze zich gesteund door de doctrinen van de Amerikaanse oorlogspresident Woodrow Wilson, die zelfbeschikkingsrecht naar voor schoof voor alle volkeren van Europa. De Gruyter is nogal ongenuanceerd als ze de recente historische bevindingen toelicht. Ze springt losjes om met oorzaak en aanleiding. ‘Nonsens’, noemt ze dat aloude inzicht. Het Habsburgrijk werd helemaal niet uitgehold door elkaar bestrijdende nationaliteiten. Die wilden wel meer — van taalrechten over behoud van eigenheid tot bepaalde autonomie — maar geen ervan wilden ‘los van Oostenrijk’. Of het moesten de ‘recalcitrante en assertieve’ Hongaren geweest zijn… Als iéts oorzaak was van de ondergang van de Dubbelmonarchie, was het niet nationalisme en regionalisme, maar hongersnood en een conservatieve militaire putsch in Wenen.

Hongaars nationalisme

Die Hongaren in de tweede helft van de 19de eeuw de kiezel op de Oostenrijkse kroon, en ze zijn dat vandaag in de EU nog steeds. Destijds werd het koninkrijk een autonome regio met veel zelfstandigheid die op eigen grondgebied — in tegenstelling tot Oostenrijk — een centralistische overheid installeerde. Hongarije mocht na 1867 immers ‘compleet zijn eigen gang gaan’, wat onder meer een actieve magyarisering betekende.

In een verhelderend gesprek met Anna Maria Siko, de Hongaarse ambassadeur in Oslo, leren we ook waarom de Hongaren tot op vandaag super-assertief, emotioneel en recalcitrant zijn. Sommige van haar argumenten klinken Vlamingen bekend in de oren, al zijn ze niet allemaal historisch even correct. ‘Hongarije is door de geschiedenis altijd bezet geweest.’ ‘Bij tal van bezittingen liet West-Europa ons in de steek.’ ‘De soldaten spraken Hongaars, de officieren Duits of Tsjechisch.’ ‘De natie woont in zijn taal.’ ‘Hongarije heet Europa beschermd tegen de Turken en zal dat blijven doen.’

Leerzaam

Beter wordt het niet is een boeiend boek over verleden, heden én toekomst. Het leert ons doorheen de geschiedenis de actualiteit begrijpen én omgekeerd. De zoektocht naar verschillen en gelijkenissen tussen het oude rijk van de Habsburgers en de EU vandaag biedt een leerzame analyse. Zowel van de kern van de problemen als van de uitdagingen waarvoor beide rijken stonden en staan.

Bijzonder vlot en journalistiek geschreven, met verslagen van de eigen zoektocht en gesprekken, gelardeerd met lappen interview, is dit boek niet zozeer een reis door de EU en het Habsburgse rijk. Het boek legt eerder de vinger op de wonde: waar zitten de maakfouten in de EU, en in welke vallen mogen we niet trappen. Althans, als je lessen wil trekken uit de geschiedenis.

Respect

Een kanttekening. Het boek behandelt het respect voor nationaliteiten, talen, culturen en identiteiten. Maar als het over het hedendaagse Brussel, Groot-Brittannië of Catalonië gaat, verdwijnt dat respect als sneeuw voor de zon. Straatnamen in Brussel worden steevast in het Frans weergegeven. En de Catalanen en de Britten? Dan komt het typisch Nederlandse vingertje weer tevoorschijn. Hoe bestaat dat het dat een volk in (resp. uit) de EU zijn onafhankelijkheid zou willen uitroepen via een referendum? Een typisch staaltje Nederlands staatsnationalistisch onbegrip? Frans Jozef zou er zijn neus voor ophalen.

Deel dit met je vrienden: