Duitsers tegen Hitler

In het Nederlandse taalgebied is er niet zoveel geschreven over de interne weerstand die in Duitsland bestond tegen het naziregime. Dirk Rochtus schreef met Naar de hel met Hitler een bijzonder volledig boek over de groep Duitsers die op gevaar van hun leven de nazi’s bekampte.

Rochtus doet er goed aan om zijn boek te beginnen met een breed politiek overzicht van Duitsland in de jaren 30. Dat steunt natuurlijk op gekende elementen, maar de lezer hieraan herinneren is meer dan nodig om het vervolg goed te kunnen kaderen.

De NSDAP van Hitler was in de eerste plaats een populistische partij, die van de communistische KPD verschilde door haar uitgesproken antimarxisme en eng nationalisme. Maar met die KPD waren er merkwaardige punten van overeenkomst: beide hadden een afkeer van de sociaaldemocratische SPD. De communisten noemden die partij ‘sociaalfascisten’ en volgden de dwingende lijn van Moskou om elke samenwerking met hen te weigeren. Zo holden de communisten samen met de nazi’s het politieke centrum uit en brachten ze de Weimar-republiek ten val.

Rochtus wijst op de grote verantwoordelijkheid van de KPD die geloofde dat Hitler het nooit lang zou volhouden als regeringsleider. Stalin legde aan de westerse communistische partijen een harde ideologische interpretatie op van het fascisme, als een pijnlijke maar onvermijdelijke overgangsvorm van het kapitalisme die zou leiden naar een proletarische overwinning. Met een andere houding tegenover de SPD zou een links front er zeker in geslaagd zijn Hitlers opgang af te remmen en een interne weerstand te organiseren. Op een merkwaardige manier steunde de ene dictator, Stalin, dus de andere, Hitler…

Rochtus wijst erop dat op het moment dat Hitler de democratie en parlement definitief buitenspel zette, het momentum voor een Volksfront voorbij was. Er bleef de communisten niets anders over dan onder te duiken in de illegaliteit. Op individuele daden van verzet en sabotage na leverde deze weerstand weinig op, in tegenstelling tot wat de Oost-Duitse propaganda na de oorlog wou doen geloven. Rochtus haalt als bijkomende reden voor de rampzalige verzwakking van de KPD de verschrikkelijke repressie aan die begon in 1933, waarbij 75.000 communisten werden gearresteerd en 2000 linkse militanten vermoord werden.

Make Deutschland great again

De diepgaande vervlechting tussen het regime en de NSDAP maakte een echt verzet bijzonder moeilijk, omdat alle maatschappelijke organisaties zoals vakbonden opgedoekt waren door de nazi’s of omgevormd waren tot propaganda-instrumenten. Enige openlijke kritiek kwam er alleen van de kerken, maar die wilden principieel niet raken aan de fundamenten van de staat, ook al was die in de handen van de nazi’s.

Als enige had het leger volgens Rochtus zich kunnen verzetten tegen de machtsgreep van Hitler. Maar de diepgaande ontevredenheid in militaire kringen over het Verdrag van Versailles maakte verzet van die kant haast onmogelijk. Hitler had het gemakkelijk om elke bedenking over zijn plannen af te doen als landverraad, een herhaling van de dolksteek in de rug van 1918.

De linkerzijde was murw geslagen door de nazi-repressie en verdeeldheid. Rechtse partijen hadden Hitler lang gesteund vanuit een blinde afkeer van het marxisme en de Sovjet-Unie. Zij zagen met goedkeuring het vermeende streven van de nazi’s naar orde en stabiliteit, dat in groot contrast stond met de labiele toestand tijdens de Weimar-republiek. Met zijn refrein in de stijl van ‘Make Deutschland great again’ raakte Hitler na de vernedering van Versailles een bijzonder gevoelige snaar bij de Duitsers. Bevolking en militairen zagen de uitbreiding van Duitsland met de Anschluss van Oostenrijk en de bezetting van Sudetenland als een herstel van de verloren gegane nationale glorie.

Gemilitariseerde onrechtstaat

Toen het ook bij enkelen binnen het leger begon te dagen dat Hitler uit was op een ‘gemilitariseerde onrechtstaat’ was het al te laat. De kritikasters waren hopeloos verdeeld, ook omdat ze er een verschillende mening op na hielden over hoe Duitsland er na een eventuele staatsgreep zou gaan uitzien. Volgens Rochtus speelde ook de typisch Duitse eigenschap die maakte dat verzet voor heel veel militairen ondenkbaar was, omdat ze een eed van trouw aan de Führer gezworen hadden. Daar kwam weinig verandering in tijdens de oorlog, zelfs na het Russische debacle. De systematische vernieling van de Joodse bevolking werd nooit in vraag gesteld door de legertop. Weinigen spraken zoals officier Hosenfeld die al in 1943 zegde dat ‘we geen genade verdienen door de Jodenmoord; we zijn medeschuldig’.

Totaler Krieg

Rochtus verklaart de haast onbestaande steun van de bevolking aan elke vorm van verzet tegen de nazi’s door hun perverse inspelen op een burgerlijk mede- schuldgevoel en angst voor wraak van de vijand. Toen propagandaminister Goebbels na de Duitse nederlagen in Rusland en toenemende geallieerde bombardementen opriep tot een ‘totaler Krieg’ werd hij uitbundig toegejuicht door de massa, waarvan een geperverteerde versie van een ‘samen uit, samen thuis’-gevoel zich meester gemaakt had.

Toch waren er kernen van verzet in het leger. Rochtus besteedt er terecht veel aandacht aan, maar hij wijst ook op hun naïviteit. Op gevaar van hun leven zochten sommige militairen in het geheim toenadering tot het Verenigd Koninkrijk, in de hoop samen met hen in een Duitsland zonder Hitler samen op te trekken tegen de Sovjet-Unie. Ze hoopten op een einde van het westelijk front na de landing van juni 1944 om een nieuw offensief tegen Stalin te beginnen. Dergelijke voorstellen werden nooit zelfs maar overwogen door de westerse mogendheden. Rochtus toont goed aan hoezeer de Duitse militairen, ook als ze kritisch stonden tegenover Hitler opgesloten zaten in een reactionair, militaristisch en elitair wereldbeeld, dat eigenlijk niet zover stond van dat van de nazi’s. Ze vreesden enkel dat door Hitlers overmoed het Duitse Rijk in elkaar zou storten.

De grote verdienste van Naar de hel met Hitler is dat Rochtus enkele belangrijke, maar bij het grote publiek nauwelijks bekende figuren uit het stille Duitse verzet in herinnering brengt. Carl Friedlich Goerdeler bijvoorbeeld, die als burgemeester van Leipzig in 1933 weigert om lid te worden van de NSDAP. Hij stapte op als burgemeester omdat de nazi’s een standbeeld van de Joodse componist Mendelssohn Bartholdy weg wilden halen. In 1941 schrijft hij een ‘Vredesplan’ waarin hij Hitler omschrijft als ‘een man met de hel in zijn hart en de chaos in zijn hoofd’. Midden van de euforie over de initiële successen tot de Blitzkrieg blijft hij ervan overtuigd dat Hitler niet in staat zal zijn blijvend Europa te domineren. Wel beseft hij dat het succes van Hitler het geloof is in een Volksstaat, die de kloof tussen de arbeiders en de burgerij kan overbruggen. Hierdoor geïnspireerd beschrijft hij in een aantal boeken op een visionaire manier de toekomst van een democratisch Duitsland. Maar Rochtus wijst ook op de beperkingen van Goerdeler, die tegen een capitulatie van Duitsland was omdat dan de veldtocht tegen Stalin niet zou kunnen worden afgerond. Zijn anticommunisme leidde er ook toe dat hij tegen beter weten in bleef geloven in de mogelijkheid van een Brits-Duits front tegen Stalin.

Tom Cruise

Wehrmacht-officier Claus von Stauffenberg, de bekendste militaire complottist, die aan de basis lag van de mislukte bomaanslag van 20 juli 1944, geniet ook nu nog een glorieus imago, mede door verfilmingen van zijn heroïsche daad, met Tom Cruise in de hoofdrol. Maar von Stauffenberg was afkomstig uit een artistocratisch milieu en had zeer conservatieve, haast reactionaire politieke opvattingen. Na de dood van Hitler moest volgens hem een groot Reich voortbestaan, bestuurd door een elite. Maar Rochtus stipt juist aan dat het belangrijk is om dit conservatisme in zijn context te zien. Stauffenberg en andere gelijkdenkenden waren kinderen van hun tijd. Zij maakten de opkomst van nazisme en stalinisme mee en hadden nog niet het vermogen om de abjecte aspecten van die systemen in te zien, zoals dat in de naoorlogse jaren mogelijk was.

De nazi’s hadden het niet zo moeilijk hun tegenstanders te verpletteren. Ze gebruikten daarvoor een meedogenloze repressie. Maar het verzet had zichzelf snel verzwakt door de ideologische verdeeldheid van de linkse oppositie. De burgerlijke partijen en het leger konden of wilden zich niet verzetten tegen het misbruik door Hitler van het ressentiment tegen de verdrag van Versailles. Dirk Rochtus toont overtuigend de werking van dit diabolische raderwerk aan. Een vlotte schrijfstijl gecombineerd met een wetenschappelijke rigueur, die blijkt uit het voetnotenapparaat en de uitgebreide bibliografie, maakt Naar de hel met Hitler aanbevolen lectuur.

Deel dit met je vrienden: