ChristenUnie: getuigenispartij in de regering

Maart 2021 worden in Nederland Tweede Kamerverkiezingen gehouden. Daarom verschijnen momenteel boeken over verkiesbare politici. Riekelt Pasterkamp schreef over Gert-Jan Segers, fractievoorzitter en lijsttrekker van de ChristenUnie. Met vijf Kamerzetels is dit de kleinste van de vier coalitiepartijen van het kabinet-Rutte III.

Links-confessionele partij

De ChristenUnie valt te omschrijven als een links-confessionele partij. Kerkelijk gezien bestaat de achterban uit orthodoxe protestanten, in Nederland een goed georganiseerde minderheid. Naast traditionele gereformeerde protestantse kerken (in Nederland heeft men voor alles altijd meerdere organisaties, dus ook meerdere kerken) bestaat de achterban uit Pinkster- en evangeliegemeenten (‘halleluja-kerken’).

Rond 1980 had Nederland drie kleine orthodox-protestantse partijen, met elk een tot hooguit drie Kamerzetels. Sociaaleconomisch zaten zij rechts van het politieke spectrum. Zo steunden zij het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981), ook al maakten zij geen deel uit van de coalitie. Toenmalig VVD-leider Hans Wiegel spreekt doorgaans lovend over de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP).

Eigen media

De andere twee partijen fuseerden in 2000 tot de ChristenUnie (dikwijls afgekort als CU). Met de fusie vond een herpositionering plaats. De ChristenUnie is op sociale en economische thema’s een linkse partij.

Ondanks de ontzuiling en de secularisering zijn in Nederland de orthodoxe protestanten goed georganiseerd gebleven. Ze hebben eigen maatschappelijke organisaties, eigen studentenverenigingen en, in sommige regio’s, eigen scholen. Ze beschikken over eigen media: het Nederlands Dagblad (ND), het Reformatorisch Dagblad (RD), binnen de publieke omroep de Evangelische Omroep (EO) en tot slot themakanaal Family7.

De loopbaan van Segers speelt zich volledig af binnen protestants-christelijke organisaties. Van 2000 tot 2007 was hij coördinator van een christelijk toerustingscentrum in Caïro, Egypte. Juli 2008 werd hij directeur van het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie. In 2012 werd hij Kamerlid, in 2015 fractievoorzitter.

Luchtige stijl

Het boek volgt de werkzaamheden van Segers in het jaar 2020, tot aan het aftreden van het kabinet afgelopen januari. Door deze opzet kan het snel dateren en schrikt het lezers af die coronamoe zijn. Het laatste hoofdstuk is een sfeerschets van de komende verkiezingsdag, 17 maart, totdat de stembussen sluiten. In terugblikken wordt het leven van Segers beschreven, en het werk van de fractie sinds de formatie in 2017.

De stijl is luchtig. De auteur was aanwezig bij een aantal fractievergaderingen en partijcongressen. De gebeurtenissen worden beschreven, zonder kritische vragen of diepgaande analyses. Naast deze beschrijvingen bevat het boek, heel eigentijds, bijdragen van Segers op sociale media of de partijwebstek. Die gaan meestal over de actualiteit van dat moment. Daarnaast bevat het interviews met personen die hem goed kennen, uitsluitend vrouwen. De kadertjes over de geïnterviewde personen bevatten vooral informatie die al in het interview aan bod kwam.

Het boek bevat een bijlage met feitelijke informatie, waaronder de volledige kandidatenlijst. Hoewel in het Nederlands geschreven, heet de bijlage ‘Facts and figures’.

Orthodox-protestantse denkwereld

Voor wie niet bekend is met de achterban van EO, Nederlands Dagblad en ChristenUnie (Reformatorisch Dagblad is eerder een SGP-krant), kan de denkwijze van Segers en zijn partijgenoten een volledige andere wereld schijnen.

Het geloof staat centraal in hun denken, handelen en leven. God, Jezus, Bijbellezing, kerkgang en gebed keren telkens terug. Beslissingen (persoonlijke en beroepsmatige), vergaderingen en bijeenkomsten worden voorafgegaan door gebed. Men ziet zichzelf als ‘ambassadeur van Christus’ op alle plekken in de samenleving. ‘Met God leven, midden in de wereld.’

Meer aandacht voor duurzaamheid en veelkleurige mensheid

Lezers worden verondersteld zich hierin te herkennen. De auteur doet geen poging een en ander toegankelijk te maken voor een breder publiek dat niet gewend is te werken aan een persoonlijke relatie met Jezus.

Witte mensen. Dat het partijcongres vanwege corona digitaal moet, ‘scheelt toch een hoop vervuilende kilometers.’ Het Hoofd Voorlichting suggereert maar één keer per jaar vlees te eten. De jongerenorganisatie wil meer aandacht voor duurzaamheid en veelkleurige mensheid. Nergens wordt expliciet gezegd dat je volgens het Evangelie links moet zijn. Het bestaan van centrumrechts stemmende kerkgangers komt simpelweg niet ter sprake.

Boodschap voor achterban

Segers benadrukt meer dan eens dat vijf Kamerzetels meer gewicht in de schaal leggen binnen een regeringscoalitie dan in de oppositie. Je krijgt niet altijd wat je wilt, soms zegt het hoofd wat anders dan het hart, maar op andere momenten kun je je idealen verwezenlijken. Het lijkt bedoeld om de achterban te overtuigen.

Dit is de tweede keer dat de ChristenUnie meeregeert. Volgens Segers is geleerd van de vorige keer. Onder Balkenende IV (2007-2010) werd partijleider André Rouvoet (2002-2011) minister. De CU-bewindslieden zaten op departementen waar de partij weinig binding mee heeft. Segers bleef fractievoorzitter, terwijl de twee ministers en de staatssecretaris voor de partij belangrijke portefeuilles hebben: Landbouw, Basis- en Middelbaar Onderwijs, Volksgezondheid. Rouvoet was overigens minister voor Jeugd en Gezin.

Hoofdpijndossiers

De lezer moet begrijpen dat de volksvertegenwoordigers en de bewindspersonen wel degelijk worstelen met hun taken. Op initiatief van Segers beginnen hun vergaderingen met een moment voor persoonlijke mededelingen. Hoofdpijndossiers zijn de opvang van vluchtelingenkinderen uit Lesbos, het terugdringen van de stikstofuitstoot en de opening van vliegveld Lelystad.

Het eerste dossier wordt vooral bekeken vanuit christelijke barmhartigheid. Het steekt dat de coalitiepartners niet meer dan 500 kinderen willen opnemen, waarvan er uiteindelijk honderd overkomen. ‘Onze huisdieren verzorgen we beter dan vluchtelingenkinderen.’ Het tweede dossier blijkt neer te komen op het bordje van de agrarische sector. CU-vicepremier Carola Schouten is landbouwminister.

De opening van vliegveld Lelystad strookt niet met een beter milieu. Lelystad is de hoofdstad van de provincie Flevoland. De plaatselijke en de provinciale CU-afdelingen zijn vóór.

Kritiekloos

Een kanttekening bij vliegveld Lelystad. Gaat dat open, dan wordt gevlogen over de noordelijke en de oostelijke provincies. De bewoners daarvan zijn nu relatief snel op vliegvelden net over de Duitse grens. Dit dossier is, in het algemeen, een kwestie van ‘Randstad tegenover provincie’.

Het boek vermeldt niet dat de ‘Bijbelgordel’ van orthodox-protestantse regio’s ook door de oostelijke provincies Gelderland (de Veluwe) en Overijssel loopt. Daar wonen meer ChristenUnie-kiezers dan in Flevoland. Dit electorale aspect komt niet ter sprake.

Ook elders wordt niet doorgevraagd. Het Kamerlid Joël Voordewind stelt zich niet herkiesbaar. Parlementaire verslaggevers kennen hem als iemand die altijd laat weten heel principieel te zijn, alsof hij meer gewetensbezwaren heeft dan andere volksvertegenwoordigers. Coalitiepartners zouden daar hun buik vol van hebben gekregen. Past Voordewinds houding niet langer bij een partij die wil blijven regeren? Als dat zo is, trok hij zelf die conclusie of hoorde hij dat van de partijtop? Zulke vragen worden niet gesteld. Wel valt regelmatig de naam van de woordvoerder.

Pasterkamp, een freelancejournalist die door corona minder dagvoorzitterschappen zal hebben, heeft een keurig verkiezingspamflet afgeleverd. Het boek is volledig toegespitst op trouwe ChristenUnie-stemmers. Overige kiezers begrijpen des te beter waarom ze voor andere partijen stemmen.

Deel dit met je vrienden: