BDW: docusoap wordt boek

‘Politiek is een slecht toneelstuk met briljante acteurs.’ Die oneliner hanteert Bart De Wever wel vaker. Het net verschenen boek In het hoofd van Bart De Wever sluit er ei zo na mee af. Datzelfde boek kan je recenseren met een parafrase daarvan: ‘een slecht boek met briljante acteurs’.

Heisa

Er is heel wat heisa geweest bij de bekendmaking en naar aanleiding van de eerste aflevering van de driedelige documentaire BDW. Vooraf werd de kritiek niet gespaard. Hoort zo’n reeks over een partijvoorzitter wel op de publieke omroep? Moeten daar publieke middelen aan worden besteed? Gaat de VRT dan een gelijkaardige reeks bestellen over andere partijvoorzitters?

Dat de geportretteerde de meest geviseerde — ooit, aan de andere kant van de taalgrens, ook de meest gehate — Vlaamse politicus is, deed er niet toe in de kritieken. Zogezegd. Want stiekem gunt geen politieke concurrent zijn opponent zo’n open doekje. En wie hem of N-VA niet gunstig gezind is al helemaal niet. Neem Egbert Lachaert, die naar VRT-CEO Frederik Delaplace telefoneerde om zijn beklag te doen. Dat De Wever zijn kritiek op de Vlaamse én Franstalige liberalen niet spaart, is alom bekend, en komt zeker in de reeks aan bod. Wie ze trouwens nog niet gezien heeft, kan de documentairereeks alsnog (her)bekijken op vrt.nu. Misschien doet u dat liever dan een boek lezen. Al duurt het ongeveer even lang. En is in dit geval de ‘film beter dan het boek’, in tegenstelling tot het cliché.

Habitat

Opzet? Een toppoliticus een jaar lang volgen. 24/7. Dus op alle fronten: in het stadhuis, op het partijsecretariaat van N-VA, al joggend, het startschot gevend van De Ronde van Vlaanderen, klimmend op een elektriciteitstoren (echt) en de kathedraaltoren (met de lift), Sinterklaas spelend voor de collega’s… Auteur/programmamaakster Petra De Pauw volgde Bart De Wever zelfs tot op het toilet. Figuurlijk dan toch, hij gaf haar een letterlijke inkijk in het befaamde boekentoilet van het historische pand De Wolsack.

In het hoofd van De Wever, zo zou je verwachten, is een uitgebreide neerslag van wat in de reeks aan bod komt. Maar niets is minder waar. Het is op vele momenten een haast letterlijke overname van, met naar schrijftaal lichtjes herwerkte, letterlijke citaten uit de reeks. Wie dan het boek leest in hetzelfde weekend dat ie de reeks bingewatchte (zoals ik), beleeft er weinig plezier aan. Er had gerust een klever op de cover gemogen: ‘enkel voor wie de tv-reeks niét zag’. Al lijkt zo’n verbod misschien weer net té aantrekkelijk om een boek dan toch maar te kopen…

In de reeks én het boek — nogmaals: het boek biedt weinig meer dan de reeks — leren we De Wever kennen zoals we hem eigenlijk al kennen. Lichtjes misantropisch, een combinatie van cynisme (wat hij zelf ontkent) en idealisme, afstandelijk maar toch met een groot hart voor zijn stad en samenleving. De oneliners en droge opmerkingen vliegen in het rond met een snelheid die de doorsnee kijker c.q. lezer amper kan volgen. In die zin is het boek een welkome aanvulling op het werk dat ex-Trends-journalist Karel Cambien deed. Hij bundelde enkele honderden oneliners van Bart De Wever in Ik ben (niet) staatsgevaarlijk (Van Halewyck, 2014).

Niets meer…

Maar wat leren we verder, dat we niet al wisten uit de grote analyses van de lijdende leider voor wie 2020 een tropenjaar was, en geen boerenjaar zoals vele vorige jaren? (Dat hij dat laatste al voor 2020 voorspelde, dat wel.) Over de mislukte paarsgele onderhandelingen, de relatie met PS-voorzitter Paul Magnette of die met MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, leren we weinig nieuws. Hoe Vivaldi er gekomen is en wat BDW daarover denkt? Niets meer dan wat we al lazen in de corresponderende analyses en interviews die afgelopen anderhalf jaar elders al verschenen, waaronder op Doorbraak.be. Of toch. Ik las met enige verbazing dat De Wever — hoewel historicus, zich zeer goed bewust van de eventuele historische rol die hij kan spelen — géén dagboeken bijhoudt. Dat was een tegenvaller. Stiekem hoop ik dat hij toch minstens atomaschriftjes heeft bijgehouden voor zijn politieke memoires. Ooit.

De boeiendste passages zijn de overpeinzingen in zijn tuin – ‘mijn land’, noemt Bart de Wever het grote stuk grond waarvan hij graag het gras met een tractortje maait. Dan komt de politieke filosoof naar boven, die we in het eerste decennium van deze eeuw leerden kennen in zijn columns. Die columns zijn later gebundeld in Het kostbare weefsel (2008) en Werkbare waarden (2011). In de reportage viel me op dat de uitvergrote cover van dat laatste boek in zijn werkbibliotheek in het partijsecretariaat pronkt . Een kantoor dat hij weinig bezoekt, en waarvan hij — leerde het boek, en herinner ik me niet uit de reeks — de inhoud niet echt kende.

Relevant

Dat brengt me bij de presentatie van de eerste bundel, begin december 2008 in de Europazaal van de Kamer. Inleider van dienst was CD&V-minister Herman Van Rompuy. Hij noemde Bart de Wever toen ‘interessant, maar niet relevant’. Van een voorspellende kracht kon die uitspraak niet getuigen. Maar ik parafraseer de uitspraak graag om mijn recensie van dit boek mee af te sluiten: ‘relevant, maar niet interessant’.

 

Deel dit met je vrienden: